HomeEen woord over de Indische suikercrisisPagina 12

JPEG (Deze pagina), 700.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.24 MB

PDF (Volledig document), 23.19 MB

E J 1
l {
IO ·
2
i hebben verkozen. Ik betreur, dat de Minister geen
j gebruik heeft gemaakt van een zeldzaam goede
gelegenheid, die zich heeft voorgedaan, om een van . ·
de schoonste en vruchtbaarste landerijen bewesten
1] den Tjimanok onder direct bestuur te brengen; de
’ rechtstoestand van die landerijen is op den duur M
onhoudbaar en ook uit een ünancieel oogpunt na-
deelig voor den staat. Niet minder betreur ik, dat
de Minister weerstand heeft geboden aan den recht- Y
matigen aandrang tot algeheele afschaffing der uit-
, voerrechten in Nederlandsch-Indië. Uitvoerrechten
p zijn als belastingen volstrekt onverdedigbaar; geen
slechtere heffing is denkbaar dan die, welke het
bruto voortbrengsel treft. Tot verontschuldiging
V voert men aan, dat na de jongste verlaging het
" bedrag gering is. Maar van de suiker worden toch ` _
nog altijd 9 cents per picol geheven, en een picol
· suiker is j` 7 à 8 waard, zoodat het recht 1 à 1%
1 percent bedraagt; 1 à percent, let wel, niet van
de behaalde winsten, maar van het product. In een
i tijd van grooten bloei zou dit niets te beteekenen J
hebben, maar thans weegt iedere druppel en zijn
" af keurenswaardige belastingen dubbel afkeurens-
waardig.
Doch hierover uit te weiden, na al hetgeen reeds
j door anderen is gezegd, ware onnoodig.Mijn hoofd-
doel was niet, den Minister in bescherming te nemen
tegen elke critiek; voor zooveel noodig zal hij zich
zelf wel weten te beschermen; maar in het algemeen
instemming te betuigen met de door hem gevolgde 3