HomeMijn advies aan den Minister van koloniën nader toegelichtPagina 6

JPEG (Deze pagina), 850.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 10.28 MB


­ 1
6 MIJN ADVIES AAN DEN MINISTER VAN KOLONIEN
daarmede bovendien verkreeg, dat de inlanders aan geen anderen i
invloed waren blootgesteld dan die van haar uitging. Vond i
haar gezag daardoor breede grondslagen om op te steunen, het 7
grondgebied, waarover dat gezag moest worden uitgeoefend, `
breidde zich te gelijk meer uit dan den bewindhebbers veelal
lief was. Als handelslichaam ongeschikt om op den duur ter-
ritoriale heerschappij uit te oefenen, moest de Compagnie tot l
haar nadeel ondervinden, dat de bezetting van den kustzoom, {
die de binnenlanden isoleert, onvermijdelijk voert tot uitbrei-
ding der heerschappij over die binnenlanden, een regel, waar-
van evenzeer het Koninklijk bestuur de kracht ondervond. j
Het motief aan vreemde inmenging ontleend wijkt zeer naar
den achtergrond bij het uitbreiden van ons gezag over het bin- I
nenland. Heeft die uitbreiding niet plaats op verlangen der be-
volking, of wordt zij niet gevorderd ter handhaving van het-
geen wij reeds bezitten, dan is zij bezwaarlijk te rechtvaar-
digen. VVelk belang is er voor ons in gelegen, onze bestuurs-
taak, die toch reeds inspanning eischt om behoorlijk te worden
vervuld, uit te strekken tegen den wil der bevolking? VVaar
de bevolking het verlangen openbaart -­ gelijk het laatste ko- 1
loniaal verslag mededeelt, dat in Midden~Sumatra het gevalis -­- ‘
om te leven onder den invloed van het Nederlandsch bestuur, 1
omdat zij daarvan alleen rust en orde en welvaart verwacht, _
daar bestaat voor ons een zedelijke verplichting om aan dat l
verlangen gehoor te geven. Het Nederlandsch gezag schiet
hier wortel en het wint daardoor aanmerkelijk in vastheid.
Het tegendeel is het geval, waar wij aan de bevolking tegen
haar wil ons bestuur opdringen. Zelfs al worden onze pogingen
daartoe niet verijdeld, de bevolking buigt alleen voor de over-
macht en zoolang deze haar drukt. Door dien druk blijft het ·~
verschil tusschen heerseher en overheerde bestendigd, de toe-
nadering tusschen beiden stuit op groote belemmeringen, en j
een lang tijdsverloop slechts brengt de bevolking tot waardeering j
van ons bestuur. Zoolang deze ontbreekt en overmacht de l
eenige steun is van ons gezag , vormt zulk een landstreek een l
kwetsbare plek in ons koloniaal gebied. l
Indien de pogingen om ons bestuur op te dringen mislukken, {
dan zijn - het valt onmiddellijk in het oog ­- de gevolgen [
noodlottig. Niet alleen met het oog op het zoo dikwerf aan-
gevoerd prestige van ons gezag - waar onze heerschappij
alleen in het recht van den sterkste haar grond vindt, bestaat i