HomeMijn advies aan den Minister van koloniën nader toegelichtPagina 5

JPEG (Deze pagina), 746.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 10.28 MB

NADER ‘1‘0EGELICHT. 5
het ontstaan des oorlogs, waar ik een advies gaf, dat alleen op
zijn voortzetting betrekking had.
"Op koloniaal gcbied”, zoo sprak de Heer van Goltstein den
l 16dBH Juni 1873 in de Eerste Kamer, "rust een fatum, dat uit-
"breiding noodig is, en dat men zich niet kan beperken en zeggen:
i "wij gaan niet verder. Men is gedwongen, niet door deze of
j "gene regelen van recht, maar door zelf behoud, om tot uitbrei-
, "ding van grondgebied over te gaan." De juistheid dezer op-
v*· inerking hebben wij ondervonden ook ten opzichte van Noord-
Sumatra. llier gold het de vraag - nog onlangs werd in de
i Tweede Kamer hierop de aandacht gevestigd - welke vlag op
Sumatra waaien zou. Er was ons alles aan gelegen te voor-
l komen, dat Atjeh zich wierp in de armen eener vreemde ino-
` gendheid: toen onderhandelingen hadden gefaald, was oorlog het
eenige middel oni ons doel te bereiken.
l Van den oorlog verwachtten wij, dat hij zou leiden tot een
l Traktaat van gelijke strekking als dat met Siak gesloten, en
waarin wij een waarborg vonden tegen het inroepen van vreemden
invloed. Toen het bleek, dat een Traktaat ons dien waarborg
niet kon verschaffen, was het bezetten der kust het eenige, wat
ons restte. De heerschappij over de kust achtte men mogelijk
te verkrggen, wanneer te Kotta-Radja een blijvende vestiging
werd gesticht, en door de vorsten in de vazalstaten over te
halen tot de verklaring, dat zij de souvereiniteit van Neder-
land erkenden.
Dat de bezetting der kuststreken voldoende is om vreemden
· invloed te weren -- het geschiedboek, waarin de ontwikkeling
; van het Nederlandsch gezag in den Indischen Archipel is be-
i schreven, levert nagenoeg op iedere bladzijde het bewijs dezer
stelling. lle Oost­lndische Compagnie, die ter wille van het
haar toegekend monopolie een hevigen afkeer gevoelde van
. allen, welke niet aan haar zich hadden verbonden, en die haar
streven vooral richtte op het verijdelen van mededinging, zij
zag in het bezetten der kust het beste middel om haar bedoe-
ling te verwezenlijken.
En de uitkomst bewees, dat zij goed had gezien. Door de
bevolking der binnenlanden van de buitenwereld te isoleeren
viel de handhaving van het monopolie haar licht, terwijl zij
l
i