HomeMijn advies aan den Minister van koloniën nader toegelichtPagina 13

JPEG (Deze pagina), 792.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 10.28 MB

NADER TOEGELICHT. 13
aan gelegen meester te zijn van een verwoeste en verlaten land-
streek: ons doel ligt hooger, het ligt in de bevrediging van
, Atjeh. Bij een nationale beweging, als wij hier ontmoeten,
is ruw geweld onmachtig: hoogstens voert het tot uitroeiing of
ä verdrijving der bevolking. En dit zou, ook al was het minder
i barbaarsch en al lag het binnen bereik onzer kracht, slechts
j na een bijna onafzienbaar tijdsverloop kunnen worden volvoerd
en dan nog zeer schrale vruchten opleveren.
l Het is waar, ook de paciiicatie van Atjeh is een zaak, die
l eerst na langen tijd werkelijkheid zal wezen. In 1873, toen
E Atjeh vreemde tusschenkomst zocht, waren wij de omstandig-
Q heden niet geheel meester. Thans hebben ze in onze
macht: tegen vreemde inmenging beveiligd kunnen de
vermeerdering van onzen invloed en de toenadering afwachten
en hebben wij het in onze hand de verhouding zoodanig te
regelen, als het meest in ons belang is.
Waarom dan Zuidwaarts opgedrongen naar Toenong, een
plaats, waarvan wij ter nauwernood weten, dat zij bestaat?
Waarom dan in ongeduld gestreefd naar de beëindiging van
l den oorlog, die toch slechts in schijn zal bereikt worden,
A zoolang de vijandige gezindheid der bevolking niet is uit-
gesleten?
Men heeft beweerd, dat ik zou hebben geadviseerd tot het in-
trekken van reeds bezette posten. Integendeel, mijn woorden
waren: "ik ben niet genoeg bekend met den toestand van het
’ "oogenblik om te durven adviseeren van de posten, die buiten
"die lijn zijn, eenigen in te trekken”. Mijn bezwaar was ge-
richt tegen het stelsel, zooals dat op bladz. 17 van het koloniaal
verslag door de Regeering als haar stelsel, als haar richtsnoer
ll ook voor de toekomst, aan de Vertegenwoordiging werd mede-
gedeeld en blootgelegd. Zoo lezen wij daar: "nadere berichten
"van eenig belang (dus na die van 16 Mei) werden sedert niet
"van het oorlogstooneel ontvangen; aan de consolidatie onzer
"stellingen bleef men met alle beschikbare krachten arbeiden,
"om daardoor zoodra mogelijk in de gelegenheid te komen weder
"ofi`ensief op te treden".
Tegen dat bepaalde voornemen, om op nieuw offensief op te
treden, meende ik te moeten waarschuwen, en ik doe dat nog
met den meesten ernst.
"Het Gouvernement" - zoo eindigde ik den 26St<=¤ Sep-
tember - "dat over zooveel meer middelen van inlichting kan