HomeMijn advies aan den Minister van koloniën nader toegelichtPagina 11

JPEG (Deze pagina), 806.64 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 10.28 MB

NADER TOEGELICHT. 11
detachement van den kapitein E. van Swieten zijn reeds ver-
meld in het koloniaal verslag. Den 16d<=¤ April 1876 overviel
de vijand tusschen Kotta Alam en Oleh-Karang een eorvée van
11 gewapenden en 20 niet gewapenden; den 17<ï@¤ Juni op
dezelfde plaats een detachement van 15 gewapenden; de 16•ï<= en
eveneens de 17 dè Juli zijn wederom door overvallen gekenmerkt;
den 28St<>¤ Juli valt een detachement van 30 bajonetten in een
hinderlaag. Onze eonvooien staan bloot aan oplichting en onze
approvisionementen kunnen niet anders geschieden dan op de
punt van de bajonet. _
Door tot het oiïensieve over te gaan plaatsen wij den vijand
er in den gunstigsten toestand, waarin hij zich kan bevinden, ter-
wijl wij onder de voor ons het meest nadeelige omstandigheden
ageeren. Vergeleken met hetgeen van onze krachten wordt ver-
langd. is de inspanning, die de vijand behoeft aan te wenden,
uiterst gering, en het gevaar van uitputting wordt voor ons
daardoor te grooter.
Deze verhouding keert om, zoodra wij ons bepalen tot de
verdediging der eenmaal ingenomen positie. Een vijand, als
wij op het Noorden van Sumatra bestrijden, hoe sterk hij ook
moge zijn, waar het verdediging geldt, is buiten staat groote
aggressieve kracht te ontwikkelen. De voordeelen, waarvan hij
thans zoo meesterlijk partij trekt, ontglippen hem, zoodra hij
offensief optreedt, om naar onze zijde over te gaan. De onbe-
kendheid van het terrein is ons dan niet langer een hinderpaal;
onze meerderheid in de krijgskunst, onze betere bewapening,
onze artillerie komen dan tot hun recht. Generaal Pel schreef
in April 1875: "dat het programma van Generaal van Swieten
"was uitgevoerd; dat wij het hart van het land hadden bezet
Y "en daar volkomen veilig waren; dat de keuze van een anderen
"sultan onmogelijk was geworden, en de aanvoer van goederen,
"zoo niet geheel belet. dan toeh hoogst moeilijk was; dat een
"at'wacbtende houding kon worden aangenomen/’
De positie, zooals zij toen was, ging onze kracht niet te
boven om te worden verdedigd, en strekte zich ver genoeg uit
om de werking van ons bestuur aan den dag te brengen. Zij
bood ruimte genoeg aan voor nederzettingen van goed gezinde
inboorlingen, gelijk de bewoners van Marassa. Door hun tus-
· schenkomst konden wij het binnenland aan onzen handel sehat-
plichtig maken, en de welvaart, die als een gevolg van ons
geregeld bestuur. niet vreemd zou blijven op ons gebied, zou