HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 70

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 8.44 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

l
il j
l 1
ll
68 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. p
g dagen, gedurende welke de vüand niets van zich deed hooren, werden ‘
aan het doen van verkenningen, het daarstelien van loopbruggen en ge- ,
meenschapswegen, benevens het opwerpen van de op dat punt noodige
versterkingen besteed. Op den 19**8** konden ze door de opgeheven j
lt posten uit 'l`iban, de beide Lamara’s en Langkroek-oost bezet en de r
operatie in de richting van Tjade hervat worden. Nog dienzelfden dag ,
l werd met het reeds vroeger onder den majoor Van Teün op kwala ï
1 Gighen gedirigeerde 88*8 bataillon infanterie op eene vlakte tusschen de
kampongs Imam Tjade, Tjade-Tjoet en T_jade­Raja stelling genomen en
ik de meer oostelijk gelegen missigit Kliëng versterkt en bezet Na
I het bemachtigen van het meer zuidwaarts gelegen Silang, het openkap-
Il pen van het terrein en het traceeren eener sterkte aldaar, was men `
den 24*8** met hare opwerping zóó ver gevorderd, dat ze door de in- j
jj getrokken post van Kota Pohama bezet en verdedigd kon worden. In-
tusschen waren onze defensiewerken ook in het kampement te Tjadee
O genoegzaam voltooid om de voorgenomen beweging te eindigen. In de
l laatste dagen` van September werden dan ook Kadjoe en omliggende I
bentings genomen, de Atjineezen gedwongen al hunne stellingen --
ruimschoots van geschut voorzien ­- te verlaten, en hoewel zij hier en
daar poogden stand te houden, na een verwoeden tegenstand met ver-
lies van hunne kanonnen en het achterlaten van hunne dooden het veld· §
l te ontruimen.
2, Gedurende den 18*8**, 2**8** en 3**8** October werd met kracht voort-
gewerkt aan de nieuwe versterking te Kadjoe, het openkappen van het
j terrein en het kappen van een weg naar onze versterking te kwala·
1 Gighen. Had men in die dagen weinig overlast van den"vijand, wij
Y hadden van den 1**8*1 af met hoogst ongunstig weer te kampen; het
i aantal zieken nam hand over hand toe en evacuatiën op groote schaal
i naar K0ta­Rad_ja dunden onze gelederen.
,« Toen dan ook op den 3*16** het werk te Kadjoe zoo ver voltooid was
dat de bezetting, ­- vroeger gelegerd te Moesapi, B*.­Radja­Bedil en.
Penajoeng, thans door de barissans van Pamakassan bezet - met ge·~
rustheid aldaar kon worden achtergelaten, werd besloten den volgen-
jj den dag naar Kota­Radja terug te keeren. `
l De drie colonnes marcheerden in den morgen van 4 October tegen
· 63/, uur van Kadjoe af en hoewel het overtrekken der bruggen bij
Pakan­kroeng­Tjoet en Lamara veel bezwaar opleverde voor de arti1le­ l
rie en de marsch van Tonga­No0rd naar Kota Radja uiterst moeielijk
werd gemaakt, daar het geheele terrein (sawah­velden) óf grootendeels
I tot ’l'/2 voet onder water stond óf in ware modderpoelen was herscha­·
l pen, hadden zü tegen den middag het hoofdkwartier bereikt. j
l I ’t Was een moeilijke doch vruchtbare strijd geweest, waarbij den
h (*) De hiergenoemde plaatsen, tusschen Toekoe Njablang en de koerong Tjoet, komena
r op de vroeger door mij aangewezen kaart van Gro0t­Atjih niet voor. Zie De Tgdspzegel
_ n•. 1, 1877 bladz. 112.