HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 7

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 5
Een werktuig van wraak of bestraffing kan het niet zijn, ­­ want
de taak van het leger is niet om te kastijden noch om te kwellen,
maar om te strijden, te overwinnen en de gevolgen van den oorlog
zoo min mogelijk schadelijk te maken. Een ander beginsel onteert
ii den staat, onder wiens vlag de oorlog wordt gevoerd.
Het kan ook niet zün een middel, om de overwinning gemakkelijker
te maken of de gestoorde rust spoediger te herstellen, - want in
stede van verzoening verwekt de verwoesting slechts verbittering, ver-
sterkt zij het verzet en vergroot zij den dorst naar wraak. Hoe zou
men ook kunnen meenen dat een onkundig, onbeschaafd en meestal
misleid volk, wanneer al wat het bezit, ook züne voedingsmiddelen,
baldadig verwoest zijn, éérder genegen zoude zün, om de wapenen
nederteleggen en den overwinnaar te gehoorzamen, dan zoo lang de
kans nog bestaat door onderwerping weder in het bezit van have en
goed terug te komen?
Evenmin kan zulks geregtvaardigd worden door de allerwege gehul
digde beginselen van het volkenregt. Toen twee eeuwen geleden (1674)-
de Palts door het Fransche leger verwoest werd, liet gansch Europa
een kreet van verontwaardiging hooren over deze afschuwelüke daad.
Zoude dan het Nederlandsch Indische leger twee eeuwen later mogen
doen, wat in een minder beschaafden tijd reeds is veroordeeld?
Niets kan inderdaad die verwoestingen regtvaardigen en wanneer
men ze niet te min ziet plaats grüpen, dan moet men ze wel houden
‘ voor het gevolg van verouderde overleveringen, die bereids lang had-
_ den moeten verlaten worden, of van valsche beschouwingen.
Wanneer in Indie oorlog gevoerd wordt is het altijd voor eene van
deze beide oogmerken, te weten: onder misleide en oproerige onder-
danen de rust te herstellen; - of, om de regenten van onbeschaafde
, volksstammen, die nog het zelfbestuur hebben behouden, -- in het
belang der beschaving, mildere beginselen van bestuur en van inter-
i nationale betrekkingen op te leggen. Voor beide deze gevallen past
een beschaafde en milde oorlog beter en zal deze ook betere werking
hebben en heilzamer indrukken nalaten dan brandstichting en verwoes-
ting. Reeds zijn de gevolgen van de oorlogen op zich zelve zoo ver-
derfelijk voor de welvaart van het volk, dat het niet noodig is die
opzettelijk te vermeerderen, om beter de kastijdende hand te doen
gevoelen.
Daarom is het wenschelijk om het tot dus verre gevolgde voor goed
te verlaten en de beginselen der beschaafde volkeren aan te nemen.
Daarom ook is het wenschelijk dat de officieren, door het beoefenen
van het volkenregt, zich bekend maken met hetgeen als oorlogsregt
voor geoorloofd wordt gehouden en zich overtuigen van de onbetame-
lijkheid. en onbevoegdheid van het aanrigten van opzettelijke verwoes-
tingen. Aldus zullen zij, wanneer het uur der toepassing zal gekomen
zijn, met overtuiging en kennis van zaken te beter bij hunne onder-