HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 69

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.51 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 67
genomene stelling te zün verbleven, met één gewonde in de versterking
terug; de andere colonne, onder bevel van den majoor B. E. Mekern,
nam positie in den westelijken rand van Empehtring en in den ooste-
lijken van Beloel, kapte de paggers weg van waarachter de vijand tot
dusverre steeds den weg beschoot en verbrandde daar eenige huizen;
daarna langzaam avanceerende, ontving de colonne plotseling vuur uit
eene nabijgelegene versterking, welke, na te zijn verkend en beworpen,
stormenderhand werd genomen, waarna de terugtocht werd aangenomen;
wij bekwamen vier gewonden. A
ff Denzelfden dag waren des morgens ten 4 ure drie colonnes van Kota-
Radja uitgerukt om zich over Kota­Alam naar ()eleh­karang te begeven.
De eerste colonne bestond uit het 14de bataillon infanterie onder den
majoor Ruempol, de tweede uit het rechter half 3*1* bataillon onder
den majoor Burgers en de derde uit het rechter half 12*** bataillon
onder den majoor Jeltes, Aan elke colonne waren eene sectie artillerie,
een detachement mineurs en het noodige ambulancepersoneel toegevoegd.
Bij het vooruitgaan tegen de noordwestelijk gelegen kampong Lam-
jong ontving de rechtervleugel al spoedig een hevig vuur uit de kam-
pong Poeklat, van welke stelling men zich na een uur van de uiter-
ste inspanning meester maakte. Het moeilijke schier onbegaanbare
terrein, de zware levende heggen, die de erven omsloten en de talrijke
greppels en waterleidingen maakten den aanval op de daarin gelegen ·
benting en missigit hoogst bezwaarlijk. Na een vermoeienden tocht en _
onophoudelijk door den vijand bestookt, werd Lamjong even na den
middag bereikt en onmiddellijk aangevangen met het openhakken
van het terrein en het in orde brengen van ’t bivak, dat dag noch nacht
van ’s vijands vuur verschoond bleef. ln den nacht van 4 op 5 Sep-
»_ tember werd een begin gemaakt met het slaan van een ongeveer 50
m. langen loopbrug over de koerong Tjoet, terwijl in den vroegen
morgen de werkzaamheden aan de nieuw op te werpen versterkingen
een aanvang namen. Den Gdên werd een hevig vuur uit eene noord-
waarts van het bivak achter moeras en nipabosch gelegene sterkte ge-
opend, dat tevens de koerong Tjoet hestreek en niet ophield voor dat
de Atjineezen door scherpschutters uit die goed gedekte stelling waren
verdreven. Verscheidene woningen werden aan de vlammen prijs ge-
geven en twee grooteprauwen naar Lamjong medegevoerd, terwijl de
aanbouw der versterkingen onafgebroken werd voortgezet.
` Den ’1ild'=‘¤ waren ze te Tongah en het tegenoverliggende Lamjong
in zooverre voltooid, dat ze door hare bezettingen konden betrokken.
worden.
Vroeg in den volgenden morgen tot het voortzetten der operatiën
uitgerukt, werden de troepen a·l spoedig in een vrü hevig gevecht ge-
wikkeld, waarbij zij den vijand uit eene reeks van versterkingen ver-
dreven met achterlating van 13 stukken geschut en tal van dooden.
Het bivak werd te Pakan kroeng Tjoet opgeslagen en de 5 volgende