HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 68

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 8.51 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

ll
l ï V
ls
` 66 DE TWEEDE ExPED1TiE TEGEN ATJIH.
g In een klein gedeelte van het door ons ingenomen gebied zag men
als ’t ware oorlog en vrede elkander vergezellen; waar de vernielende
oorlogsfakkel schade en verwoesting had aangebracht, trachtte de hand
ll ik des vredes door het aanbrengen van kalmte en rust de eslaven wonden
l, zn g ¤ ë.
ll te heelen en de geleden rampen door het openen van nieuwe bronnen
van welvaart te doen vergeten.
` Had men zich dezerzijds in de laatste maanden veelal tot het defen­
sieve moeten bepalen, zoo scheen het geschikte oogenblik tot een meer
krachtig optreden aangebroken, en ’t werd noodig den steeds overmoe~
jl. diger wordenden vijand op nieuw de overmacht van onze wapenen te J.
‘ doen gevoelen.
jj ’ Reeds sedert lang had het voornemen bestaan om de postenketen
, in onze noordoosterlinie vooruit te schuiven en daardoor tevens tot eene j,
betere afsluiting van dat gedeelte onzer positie te geraken. Herhaaldelijk
l waren die plannen, deels door het telken male invallende ongunstige i
j I weder, uitgesteld moeten worden.
‘ In de eerste dagen van September kon eindelijk aan dat voornemen
een begin van uitvoering worden gegeven.
Ten einde ’s vijands macht vóór het begin der operatiën zooveel
~ mogelijk naar de zuidoosterlinie te lokken, werd op den 3*1*** September
uit die linie een schijnaanval gedaan. Daartoe rukten des morgens
twee colonnes uit, onder de orders van de majoors Van Teyn en Visser;
elke colonne 11 officieren en 350 man sterk; terwijl aan de eerste
eene sectie bergartillerie toegevoegd en de leiding van het geheel den
jl kolonel Van der Heyden was opgedragen.
j De colonne Van Teyn had na een kort vuurgevecht den rand van
‘ kampong Lamtengah bereikt en breidde zich, den vijand voor zich uit-
drijvende, in oostelijke richting uit; al spoedig echter daagde deze in ._
i zulk een aantal op, dat het gevecht tot staan kwam en de colonne- j
j“ commandant, in opvolging van de ontvangen bevelen , langzaam zuid-
westwaarts op den oosthoek van kampong Kajoe­leh·terugtrok, ter-
wijl hij in het voorbijgaan den versterkten rand van Djoebada met
artillerie- en infanterievuur teisterde.
ii De colonne Visser stootte bij het avanceerendoor kampong Atoa in
het oostelijke gedeelte daarvan op een reeds vroeger bekend, zwaar
' versterkt huis, hetwelk evenals de omringende kampongranden, sterk
bezet was en krachtig werd verdedigd. Ingevolge zijne instructie ging
ook die colonne-commandant niet tot den aanval over, maar deed hij `
den marsch voortzetten, om zich in den oostelijken rand van kam-
{ pong Kajoe­leh met de colonne Van Teyn te vereenigen en daarna op
· onze linie terug te trekken.
Den volgenden dag werd de schijnaanval voortgezet. Daartoe rukten
El andermaal twee colonnes uit; de eene, onder bevel van den kapitein
" D. Lucas, verraste den vijand al spoedig in zijne heuvelstelling nabij
Beloel-zuid, verjoeg hem van daar en keerde, na eenigen tijd in de
I je __ __ . .