HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 65

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.52 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

i,
IJE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 63 j
zuidwestelijke linie te verijdelen en hem uit het gebergte in de IV en
VI M. te verdrijven.
Den 7d€¤ Juli rukten dan ook twee colonnes uit Kota Radja op; de
eene onder de bevelen van den majoor Lubeck was belast met het
zuiveren der oostelijke berghellingen aan den kant der VI M., terwijl
de andere onder den majoor Diepenheim van Bt. Seboen uit door de
IV M. op Lampagger werd gedirigeerd , van waar de operatie onder
i de leiding van den militairen en civielen bevelhebber den volgenden
morgen zou aanvangen. Na gedurende eenige dagen de kloven en passen
van Blangkalla en Gleraja, benevens de noordwestelijke hellingen. van
het gebergte doorzocht en verscheidene schuil- en bergplaatsen vernield te
hebben, werd door de vereenigde colonne den ’12‘襤 naar Koerong-Raba
opgerukt. Men wilde beproeven door eene omtrekkende beweging aan
T. Tjihik Lamnga ­- reeds sedert lang de ziel van het verzet in die
streken - die zich met zijne benden in de kampong Leboe ophield en
van daaruit de IV M. bedreigde, den terugtocht af te snijden en zoo
mogelijk in handen te krijgen. Den volgenden dag werd op den lin-
keroever der koerong­Raba overgegaan, die kampong benevens het be-
reids verlaten Leboe verbrand en aan het oprichten van eene versterking
niet ver van de kampong Moesang begonnen. Daartoe werden drie
compagniën onder majoor Diepenheim aangewezen, terwijl de hoofdmacht
naar Kota Radja terugkeerde. Eenige dagen later werd zij door het
I achtergebleven gedeelte gevolgd, toen de versterking ter bescherming
van de IV M. aangelegd eene vaste bezetting had verkregen. Uit de
verkenningen, waarbij die bergstreek op nieuw doorkruist werd en de
vijand steeds het hazenpad koos, bleek evenals uit de ingekomen rap-
porten dat genoemde rivier, aan hare monding ongeveer 145 m. breed
en overal ondoorwaadbaar, een vruchtbare landstreek bespoelt, en de
tocht derwaarts goede uitkomsten had opgeleverd.
Wij lezen onder anderen:
>>De bevolking der IV Moekims, die vroeger aan de oostzijde niet tegen
den vijand beschermd werd, en daarom alleen reeds met hem heulde,
geeft thans ondubbelzinnige blijken van tevredenheid over den verbe-
terden toestand. De hoofden van Lepong en Loeng (oostelijk van Koerong­
Raba aan het strand) geven blijken van toenadering en staan toe, dat
de uit de IV Moekims aanvankelijk gevlugte familien met hunne draag-
bare bezittingen en hun vee binnen hun land terugkeeren, waarvan
ä door dezen een ruim gebruik wordt gemaakt. Eene verkenning welke
E van uit Koerong-Raba naar Lepong is gemaakt (3 uur afstand), heeft
aan het licht gebragt dat de bevolking aldaar welvarende is en niet
j ongeneigd om onder ons bestuur te komen.
De kommandant dier verkenning toch (majoor Diepenheim) rappor-
teerde, dat hij zich zonder troepen een geruimen tijd in kampong Le-
j pong, had opgehouden en zich aldaar overtuigd had van het welvaren
l
ä