HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 64

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.52 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

., ill
l I
F 62 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH.
j volg door eene sterke militaire vertooning het noodige vertrouwen in te
boezemen.
. Vooral in de IV M. verkeerde de bevolkingin een moeilijken toestand,
en ’t was te voorzien dat de keuze, tusschen het verlaten van onze
i zijde en de vervvoestingharer kampongs, door T. Tjihik Lamnga gesteld,
V wel eens ten zijnen gunste kon uitvallen, wanneer ’t haar aan den noodigen
ii bijstand bleef ontbreken.
Ofschoon de hoofden der IX M. weinig of geen blijken gaven van
toenadering, hadden evenwel aan T. Nja Bantah te kennen gegeven,
naar hunne kampongs te willen terugkeeren als het door de soldaten
j verwoeste huis van T. Nek Poerba opgebouwd ofeene schadeloosstelling
daarvoor gegeven werd. >>Hiervan" ­ wordt in het rapport gezegd ~­·
>>kan natuurlijk geen sprake zijn, maar T. Nja Bantah zal hen uit-
noodigen in de IV M. te komen en dan kan de zaak verder met den
‘ controleur aldaar besproken worden."
Men vraagt zich onwillekeurig af: Zou er juist hier niet degelijk
‘ sprake van schadeloosstelling moeten zün? Was het verstandig de
woningen te verbranden van eene bevolking, die men zoo gaarne wenschte
in hare kampongs te zien wederkeeren? Is het goed gezien eene scha-
· deloosstelling te weigeren aan de nagelaten betrekkingen van een vroeger
invloedrijk hoofd, dat zich nimmer tegen ons gewend had? Is dat de
rl weg om hoofden en bevolking te winnen? Schijnt het niet als of ’t er
~ op toegelegd was zelfs hen, die der oorlogspartij niet waren toegedaan,
j af te stooten en tot onze bitterste vijanden te doen overgaan? Die
jg vragen zijn niet moeilijk te beantwoorden; de onverbiddelijke geschiedenis
j zal er eenmaal haar oordeel over uitspreken.
i Al schijnt het oorlogvoeren en het vredestichten geheel met elkander
in strijd, toch kunnen en moeten zij samengaan om het zich voorge-
j stelde oogmerk in Atjih met een goeden uitslag te zien bekroond; dáár
1 vooral moet vrede het doel en oorlog slechts een middel zijn om het
doel te bereiken. Dit beginsel, zoo menigmaal of niet, óf verkeerd en
onhandig toegepast, moet noch ziekelijke philanthropie, noch overdreven
wapengeweld tot grondslag hebben en mag evenmin tot ruwheid als tot
ly zwakheid leiden. Waar voor veiligheid of verdediging branden of ver-
woesten noodzakelijk is, worde het overigens z. v. rn. vermeden. Waar
·. krachtig moet worden opgetreden zij men sterk, toegevend waar het
past, snel en rechtvaardig zoowel in straffen als in beloonen; zoodoende
kan de vredepalm de oorlogsfakkel vergezellen.
Bij het nauwkeurig en oplettend nagaan der bijzonderheden van den
. tegen Atjih gevoerden krijg, waarop bij een algemeen overzicht der
voornaamste feiten minder acht wordt geslagen, zou men ontwaren hoe
I menigmaal tegen het vooropgestelde beginsel is gezondigd.
¥
i Er mocht niet langer worden gedraaid ’s vijands plannen aan onze
ë
i