HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 63

JPEG (Deze pagina), 948.70 KB

TIFF (Deze pagina), 8.54 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

_, DE 'FWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJHI. 61
was, kon duidelijk worden geobserveerd; ook ging hij daar steeds voort
ïv onze transporten te bemoeijelijken en overviel onder anderen op laatst-
, genoemden datum tusschen Oleh­Karang en Kotta­Alam een detache-
ment, sterk 15 bajonetten, dienende tot het overbrengen van een ser-
geant der artillerie en een zieken banneling, die door vier dwangar-
beiders gedragen werd.
De vijand lag in hinderlaag langs den weg, gaf een salvo op het
detachement en viel daarna zoo snel met de klewang aan, dat er on-
middellijk een gevecht ontstond van man tegen man, waarbij het de-
tachement het onderspit delfde. Het werd echter spoedig bijgestaan
door eene van uit Oleh~Karang toegesnelde patrouille, die, hoewel te
laat komende om de catastrophe te voorkomen, door hare verschijning
oorzaak was dat de vijand aftrok zonder de gekwetsten te hebben af-
gemaakt.
Bij die gelegenheid werden een Europeesch en een inlandsch fuselier, _
i een inlandsche hoornblazer en twee bannelingen gedood, drie Europesche
onderofficieren en een inlandsch fuselier zwaar en twee inlandsche
fuseliers ligt gewond.
Behalve het aanhoudend beschieten onzer posten te Koeala-Gigieng,
Kaj0e­leh, -­ waar de 1St¤ luitenant der infanterie W. E. Willinck
Ketjen op den Q2S'¤<>¤ Junij ligt gewond werd, - en Biloel·zuid, viel
er tot den 3OSi¤¤ niets van aanbelang voor.
Op dien datum echter poogde de vüand andermaal nabij den post
Oleh­Karang een gewapende corvée, belast met het openkappen van
het terrein, te bekruipen. Zoodra hij ontdekt werd, opende hij zijn
vuur uit een twintigtal geweren, doch werd door het corvée, dat in-
middels de gevechtstelling had aangenomen, gedwongen tot den aftogt_
· . Aan onze züde hadden wij geene verliezen.
Op dienzelfden datum mogt het aan eene patrouille uit Biloel­zuid
; gelukken den vijand te overvallen en hem tot de ontruiming zijner
positie, met achterlating van vijf dooden, te dwingen, terwijl tusschen
Kajoe-leh en Atoa­noord eene patrouille ­- die zich in hinderlaag had
gelegd op een punt waarlangs vijandelijke benden des nachts binnen
l onze stelling schenen door te dringen, ­- er in slaagde den tegen 6*/,
E uur ’s avonds opdagenden vijand tot eene overhaaste vlugt te nood-
zaken, twee dooden achterlatende."
ig? • • • • · • , • • • . • • • • • • · . · . •
In de volgende maand werden ons op dergelijke wijze 21 man ge-
·ï dood en 12 gewond. Dat was de meerdere veiligheid binnen onze liniën,
die-volgens sommigen-door hare uitbreiding zou worden verkregen!
L ’t Werd inmiddels hoog tijd het terrein der IV en VI M. van kwaad-
E willigen te zuiveren, de stroopende benden uit de bergpassen te verjagen
benevens züne berg- en schuilplaatsen te verwoesten, zoowel tot onze
§ eigen bescherming als van die der bevolking en om ze ook voor ’t ver-
l
ä
i ,