HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 62

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.54 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

t I 2
"l ,
li
g 60 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH, ij
In de VI Moekims deed de vijand den '7dC¤ Junij andermaal van
zijne tegenwoordigheid blijken door tusschen Lampagger en Oleh-leh j"
een klein transport, bestaande uit 1 Europ. korporaal, 1 Europ. en1
jl, inl. fuselier en twee bannelingen, dat de bezetting te Lampagger van
brood en vleesch had voorzien, ter hoogte van Lamtengah met eene
magt van circa 50 man te omsingelen en neêr te houwen. Alleen de
inlandsche fuselier, hoewel zwaar gewond, werd door eene patrouille
j teruggevonden. Van de daders werd niets ontdekt.
Ook op den 13d€¤ Junij vertoonde zich eene bende maraudeurs in
u het terrein tusschen Pakan-Badak, Djempit en Sinangri. Op nadering
E eener patrouille nam zij de wijk, doch den volgenden dag mogt het
{ ons gelukken twee tot den vijand behoorende Atjehers, de panglima
Ma­Saleh en diens volgeling, nabij Ketapan-Doea in de kampong Getjiel
gevangen te nemen.
I In den avond van den 14<ï<=¤ Junij verzamelden zich eenige vüanden
tusschen onze posten in de kampong Lamara en trachtten Lamara
N.-O. te hekruipen. Deze poging mislukte; zij werden door geweer-
· vuur verdreven.
Ook de volgende dagen vertoonde zich de vijand herhaaldelijk in onze
j ooster- en zuidoosterlinie en beschoot hij voortdurend onze versterkin­
gen en convooüen. A
1 Vooral had hü het voorzien op de heuvel- of voorposten van Biloel-
~ zuid, welke hij herhaaldelijk, doch telken male vruchteloos, beproefde
, te overrompelen.
j Ook Koeala Gigieng had in den nacht van 15 op 16 Junij een vrij
jj ernstigen aanval des vijands af te slaan, terwijl de gemeenschap langs
” het strand tusschen dezen post en de meer westwaarts gelegen ver-
sterkingen herhaaldelijk werd bedreigd, zóó zelfs dat op den 16den de .
{ voor dien post liggende oorlogsbodems Aart vom Nes en Deli hun ge- i
i schut moesten gebruiken om eene in westelijke rigting uitgezondene
patrouille te adsisteren.
Ook den volgenden dag kon een detachement, sterk 14 bajonetten,
van Koeala-Gigieng zijnen marsch naar Moesapi niet vervolgen, omdat het
ij van alle zijden uit de nabij gelegen kampongranden aan de overzijde
der lagune werd beschoten. Eerst nadat de vijand door granaatvuur van
‘. eerstgenoemde versterking en van de beide voornoemde oorlogsbodems
was verdreven, mogt het detachement, versterkt met nog 11 ba_jonet­
ten, er in slagen zijne bestemming te bereiken en had het ook bij den
terugmarsch geen last van den vijand.
In de zuidoosterlinie werd intusschen waargenomen, dat de vijand
ijverig in de weer was met het versterken der kampongranden van E
Lamtengah, Djoebada, Anabaté, Langkra en Empeh­Tring. Een goed
onderhouden geschutvuur uit onze posten te Lambaroe, Kajoe­leh, Atoa,
l Atoa­noord en Biloel­zuid deed den vijand op 18 Jung zijn arbeid staken. j
Dat de vijand op dat gedeelte onzer linie in grooten getale vereenigd ij
l

.- .. . . . E ...... "