HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 60

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 8.54 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

fl
l
58 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH.
eener compagnie onder de wapens brengen en waren door aanhoudende
M inspanning niet bij machte de in aanbouw zijnde versterkingen voldoende
te bezetten, om tegen elke onderneming des vüands verzekerd te zijn.
jl;. Het rechter halve 3*1% bataillon had veel geleden en kwam met niet
meer dan drie officieren en 149 man van Lambaroe terug; het 12d% j
I bataillon, dat de bezetting voor kwala Gighen had geleverd, telde nauwelijks
V 4 200 man onder de wapenen; het 13dG bataillon, den 13d€" Februari ‘
naar Kajoeleh gezonden, was door het langdurig bivakeeren en de zware i
diensten, die het had moeten verrichten, geheel uitgeput en de barissans, A
ii hoewel zü goede diensten bewijzen als ze aan andere troepen zijn toe-
gevoegd, kunnen niet aan zich zelven worden overgelaten; ook telden ·
zij dagelijks meer dan 100 kwartierzieken per bataillon,
Men had schier het onmogelijke gevergd om in korten tüd zoo vele ‘
nieuwe posten op te richten. Vele officieren waren ziek of verzwakt i
door het` lange afmattende verblijf te velde en sleepten zich niet dan
. met moeite voort. Het hospitaal was vol en het cijfer der verpleegden
tot 1200 gestegen. Volgens het oordeel der geneesheeren hadden al
de troepen rust noodig en er mocht geene sterke inspanning van hen
worden gevorderd. Bovendien hadden zware regens het terrein op vele V
_ plaatsen onbruikbaar gemaakt ; de enkele zoogenaamde wegen waren {_
voor infanterie zeer moeilük en voor artillerie in ’t geheel niet be- I
l gaanbaar.
~ Ziedaar eene schets van den toenmaligen toestand waarin onze leger-
pj macht te Atjih verkeerde. `
’t Valt zoo gemakkelijk verrevan het oorlogsveld den staf te breken i
j over ’t geen gedaan is of te bepalen wat gedaan had moeten worden;
T bataillons en batterijen te laten marcheeren, aanvallen te doen uitvoeren _
en bevelhebbers den steen toe te werpen. Als men echter geheel op V
g de hoogte was van den feitelijken toestand, rekening hield met om-
{ standigheden, die hier over het hoofd worden gezien, doch daar loodzwaar '
kunnen drukken, en slechts een flauw denkbeeld had van de verant-
woordelükheid, die op een bevelhebber rust, .... dan voorzeker zou er
niet zoo lichtvaardig geoordeeld en minder veroordeeld worden. _
’t Was niet mogelük de troepen van een lange rust te doen genieten;
waar de geweren geen dienst deden werden ze door schop en houweel
·; vervangen; want veel ontbrak er nog aan de veiligheid en ’t verdedigings­
vermogen van de thans ingenomene positie.
In het zuidwestelijke deel van onze linie bestond eene gaping tusschen
Beloel en Bt. Daroe, die de vijand gelegenheid gaf zich in Lamkoenjit
te nestelen, van daar de transporten tusschen de posten te bemoeilüken
en een vrij uitgestrekt terrein onveilig te maken.
De oostelijke linie van Pango naar kwala Gighen was evenmin vol-
, j doende bezet en vereischte nog eenige tusschenposten ter betere bewaking.
l De daarvoor benoodigde bezettingen , waarvan de meesten eene compagnie
sterk behoorden te zijn, konden niet allen uit de in te trekken posten
g N g ., D . - ,... ,7.gg E.