HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 58

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.53 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

pt
{ 56 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 1,
Volgens de mededeeling van toekoe Imam, een schrander Pedirees i_
en goedgezind hoofd, zou Bintara Kamangan zich bij Abdoe’r­Rahman
ophouden, zijne ons goedgezinde hoeloebalangs door anderen vervangen
jj en twee ons zeer vijandige toekoes als zijne gemachtigden hebben aan-
gesteld. Een zijner eerste daden bestond in het uitschrijven van eene
jj buitengewone geldhefting om den »heiligen oorlog" tegen de Hollan­
j ders te kunnen blijven voeren. Verscheidene hoofden betreuren dan
ook zijn afval en de kadli toenkoe hadji Marif, een invloedrijk ons toe-
i gedaan geestelijke, heeft hem zelfs schriftelijk aangemaand, ten spoe­
l digste op dien verkeerden stap terug te komen. T. Imam gaf den as- `
sistent­resident in bedenking zich van kwala Segli (eene enclave van
het sultans gebied in Gighen) meester te maken en de overige havens
van dat landschap te sluiten. vreesde ten gevolge van het ondoor-
j` dachte en onstaatkundige gedrag van den radja vele moeilijkheden voor _.
I zijn land, en bood een geschrift aan waarin hij als >>hoofd der moekim
f Gighen" en de vier oudste panglimas verklaren zich te beschouwen g
j als onderdanen van het Nederlandsch­Indische gouvernement. De be-
trekkingen met Gighen werden dan ook afgebroken en de haven aldaar
j gesloten verklaard.
* De hulptroepen, die zich bij Habib Abdoe’r­Rahman hadden aange-
l sloten, bestonden uit:
·’ 500 man onder T. Polim, laksamana en zoon van den radja van
Endjoeng;
j 200 man onder zijn broeder; V
250 man onder T. Berdan, broeder van den radja van Samalangan; Ag;
Hè 200 man onder T. Tjihik broeder van den radja van Pasangan;
l 100 man onder Bintara Tjoet Blang Mangat;
en 70 man onder bevel van een paar mindere hoofden.
l Met de hulptroepen van Gighen, ongeveer 500 man sterk, zou genoemde f_
I Arabier over een paar duizend geweerdragende mannen kunnen beschikken
en werden nog 500 man onder T. Pajah van Semantoh verwacht. Dit
hoofd zou echter aan zijn zoon te kennen hebben gegeven, dat zoo hij
over drie maanden niet mocht teruggekeerd zijn, hij zich aan het Ne-
derlandsch Indische gouvernement moest onderwerpen.
Evenwel vermeenden dezelfde berichtgevers dat, uithoofde van het
li groote gebrek aan rüst en aangezien die troepen in hun eigen onderhoud
moeten voorzien, zij al zeer spoedig geheel zullen verloopen. Reeds in
de eerste helft der maand (Juli), hadden 300 lieden van Endjoeng zijne
zijde verlaten, die spoedig ­­ na een hevigen twist tusschen Habib
Abdoe’r Rahman en den radja van Gedong - door dezen met zijne
aanhangers werden gevolgd. V
In Pedir was de opgeworpen sterkte genoegzaam voltooid en bleef de
stemming ons gunstig. Handel en nijverheid begonnen te herleven; de
' rijksdaalder, waarop vroeger een verlies van ’1O",/0 geleden werd, was
zeer gewild, stond zelfs boven de pilaarmat, terwijl ook de twee en
r

L
j i"
Q Q