HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 57

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 8.52 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 55
politiek veel gedaan kan krijgen, wanneer de hoofden inzien, dat het
voordeeliger is de Compagnie tot vriend dan tot vüand te hebben.
Al waren de gevolgen van de veranderde zienswijze der Indische
regeering nopens de operatiën tegen Groot­At_jih tot hiertoe op het oor-
logsterrein niet allen in ons voordeel en hadden zij zich ook op staatkundig
gebied slechts in geringe mate doen gevoelen, buitenaf waren zij van
meer invloed geweest. Uit ingekomen berichten blijkt, dat sedert onze
overwinningen in ’t laatst van 1875 en ’t begin van 1876 behaald,
· de vrees voor een verlaten van Atjih ten eenenmale was geweken en
, _ voor de _overtuiging had plaats gemaakt dat ons verblüf aldaar voor
nu en altijd was verzekerd. Niettegenstaande op den Willemstoren,
den spoorweg tusschen Kota Radja en Oeleh­leh, het `voltooide haven~
hoofd aldaar, den aanleg van zoovele permanente werken en onze
steeds zegevierende wapenen als een luid sprekend protest tegen het
verlaten van Atjih kon worden gewezen, hadden vreemdelingen en land-
genooten er zich slechts schoorvoetend nedergezet en ’t kostte veel
moeite in den arbeid te voorzien en de noodige werkkrachten voltallig
te houden. Doch ’t keerpunt was gekomen. Het vooral onder de
W mindere Chineezen in de Straits­Settlements vroeger zoo gevreesde Atjih
scheen thans het beloofde land te zijn geworden, wat de immigratie
zeer bevorderde. De eene aanbieding voor het leveren van koelies en
arbeiders voor het bouwen van woningen volgde op de andere. Can-
tines te Oeleh­leh en Kota­Rad_ja, een officiers-societeit en vier con-
` _ troleursvvoningen waren al spoedig aanbesteed en de particuliere industrie
. bleef niet achter.
Een Chinees verzocht afstand van gronden voor het oprichten van
een steenbakkerij, toko’s en kofliehuizen verrezen als om strijd en een
; broodbakkerij door stoom gedreven kwam al spoedig in werking.
- 34 Europeanen of daarmede gelijkgestelden; .
i 973 Chineezen of daarmede gelijkgestelden;
en 432 vreemdelingen hadden zich op het door ons veroverd grond-
C gebied gevestigd.
ij De onlangs aangestelde kapitein- en luitenants-chinees verstonden zich
goed en voldeden uitmuntend in de hun toevertrouwde betrekking. Het
` vertrouwen begon te herleven en men zag de toekomst hoopvol te ge-
moet. Reeds wordt voor het aanleggen van pepertuinen geijverd en
gaat men van het denkbeeld zwanger eenmaal den handel in dat product
i aan de west- en die in penangnooten aan de noordkust in Atjih te
E kunnen vereenigen.
Even ongerijmd echter als het >>post hoc, ergo propter hoc", zou
de bewering zijn, dat die gunstiger stemming uitsluitend en alleen als
een gevolg van onze aanvallende bewegingen te beschouwen is.
Een niet van politieke beteekenis ontbloot feit deed zich in Gighen
voor, welks vorst tengevolge van zijne vijandschap tegen Pedir onze
" zijde verliet, zoodra die staat zich onderworpen had.
äg