HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 55

JPEG (Deze pagina), 976.38 KB

TIFF (Deze pagina), 8.50 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

I
DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 53
den afval van Gighen tengevolge, ’t geen onze belangen aan de noord-
kust niet zal bevorderen.
De onderwerping van den imam van Tjade mag evenmin als een
L direct gevolg van onze aanvallende beweging worden toegeschreven.
Reeds onder het bestuur van den generaal Van Swieten was hü tot on-
derwerping geneigd, waaraan toen ten gevolge van verschillende om-
standigheden geen gevolg werd gegeven; later had de vrees voor pang-
lima Polim en imam Longbatta hem teruggehouden, doch nu hij de
zekerheid verkreeg op eene onmiddellijke bescherming van onze zijde te
kunnen rekenen, begaf hij zich vol vertrouwen naar Kota Radja om
de voorwaarden van onderwerping aan te nemen.
Aan de oostkust gaven eenige ons nog niet onderworpen staatjes
blijken van toenadering. De heer Lavino, gouvernementsagent voor de
Atjineesche zaken op poeloe Penang ontving door zekeren sjaich Awab ­-
een Atjinees van Arabische afkomst, die ongeveer twintig jaren lang
op Simpang Olim handel had gedreven - een brief om de onderwer-
ping van dat landschap en van panglima Prang Hakim van Djoloh-
ketjil te bewerken. Dat bestuur, van wege den radja T. Pajah, die
als lid van den Raad van Achten in Penang verblijf houdt, aan zijn
{ zoon en zijn broeder opgedragen, riep de hulp in van Lavino om door
zijne bemiddeling diens halsstarrigheid en vijandschap te overwinnen;
Q wellicht zou hij tevens te bewegen zijn, T. Moeda Nja Malim, radja
van Simpang Olim over te halen om het opperbestuur van Nederlandsch
Indië te erkennen. De strenge blokkade toch van diens land begon
F zich niet alleen daar maar tot in de omliggende landschappen op zulk
i eene onrustbarende wijze te doen gevoelen , dat genoemde sjaich, bijal­
T dien Lavino hem een aanbevelingsbrief mede gaf, zich bereid verklaarde
ii terstond naar Edi te gaan, ten einde den assistent-resident aldaar de
onderwerping van zijne lastgevers aan te bieden. In dien brief werd er
F voornamelijk op aangedrongen om de Nederlandsche vlag te mogen ont-
vangen en de blokkade van de Aroekoendoer rivier op te heffen. Ten einde
meer vertrouwen in te boezemen, had Awab bij die zending den 14
jarigen zoon van panglima Prang Hakim medegenoinen, aangezien de Atji­
neezen, als zij een blijk willen geven van de oprechtheid hunner bedoe-
, lingen, zich bij het onderhandelen door hunne kinderen doen vergezellen.
T. Pajah scheen echter vooralsnog tot geene onderwerping gezind.
l De blokkade was dus verre van denkbeeldig, zooals men het wel
eens heeft doen voorkomen en deed haren invloed hier op krachtige
wijze gelden.
. Had onze agressieve houding weinig vredelievende gevolgen in het
{ stamland, aan de kusten bleef zij niet zonder invloed, hoewel men ook
dáár meer aan eene afwachtende politiek en eene verstandige tusschen-
_ komst dan aan ruw oorlogsgeweld heeft te danken.
i Zie hier een voorbeeld.
Nadat door den assistent-resident L. de Scheemaker een ernstig ge-