HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 53

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 8.51 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

j
DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 51
al den aankleve van ­dien verkregen. In weerwil van de behaalde
voordeelen, de uitbreiding onzer liniën en de gedwongen onderwerping
van een paar moekim- en verschillende kamponghoofden, werd het
doel niet bereikt; de vijand noch naar het binnenland teruggedrongen
noch ten eenenmale van de zee afgesneden; in één woord de ver-
langde linie koerong Rija-koerong Raba was niet in ons bezit.

Sedert de laatst toegepaste agressieve politiek en het aanvallend op-
treden van onze legermacht, waren wij bij het vergezellen van den ge-
neraal Pel getuige van de inspanning, waarmede ’t gelukt was aan het
vroeger vermelde programma een begin van uitvoering te geven. Het
hardnekkig verzet bij het verder doordringen in de sagi XXVI Moe-
li kim, onder de daarmede gepaard gaande ongunstige omstandigheden,
deden hem echter de onmogelijkheid inzien nu reeds het operatieplan in
zijn geheel uit te voeren en zich van de hem opgelegde taak te kvvijten.
E Dat gevoelen werd door zün opvolger gedeeld, en terwül deze zich
ï· onledig houdt persoonlijk den stand van zaken op te nemen of zich om-
trent sommige punten door rapporten te doen inlichten en zijne thans
zoo uitgestrekte liniën te verbeteren, kunnen wij inmiddels kennis ma- i
ken met ’t geen gedurende dien tijd op- staatkundig gebied is voorge-
vallen.
ii De vvoelingen van Habib Abdoe’r Rahman en de plannen der oorlogs-
partij om het sultanaat te herstellen schijnen weinig invloed op de
j A bevolking uit te oefenen, die, al moge in sommige gedeelten des lands
eene betere stemming worden waargenomen, over ’t algemeen hoogst
vijandig blijft. Hier en daar neemt de verbittering toe; de kampongs
j blijven verlaten en de sawahs onbebouwd.
De onderwerping van den vorst van Pedir is echter het groote licht-
punt van die dagen; zoowel door hare politieke beteekenis als door de
in Atjih hoog gewaardeerde persoonlijke hoedanigheden van radja T.
5 Pakeh.
Men zij evenwel voorzichtig in de appreciatie van oorzaken en gevol-
i gen, als men het relaas van onze krijgsverrichtingen met de politieke
aangelegenheden in verband tracht te brengen.
Kan bijv. de onderwerping van eenige hoofden als een direct gevolg
van onze aanvallende bewegingen worden toegeschreven, die van ande-
ren -­­- reeds vroeger toegezegd of voorbereid - zou zonder die agres-
sieve houding evenzeer gevolgd zijn. De geschiedenis zal ons ook hier
den rechten weg ter beoordeeling kunnen aanwijzen.
De radja van Pedir o. a., sedert lang geneigd de suprematie van
Nederland te erkennen, maar later door staatkundige verwikkelingen
en familiebelangen genoodzaakt zich bij de oorlogspartij aan te slui-
ten, had reeds vóór de lm expeditie, tengevolge zijner vijandschap
met eden toenmaligen sultan, betrekkingen met het état-major van Z. M.
stoomschip Djambi aangeknoopt, dat in October 1870 het anker voor
­