HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 48

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 8.56 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

éi ~~-7*-*717777 W
ll
l
li
46 DB TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIIL
In het zuiden maakte de vijand het ons voortdurend lastig. Nauwe-
lijks was het gros onzer legermachtlnaar de sagi XXVI M. opgerukt
en slechts enkele bezettingen achtergebleven, of de vijand kwam in
grooten getale terug, nestelde zich in de op de grenzen der sagi XXV
gelegen kampongs, en talrijke benden die in het bedekte terrein tus- M
L sehen Pager-ajer, Beloel en Bi. Daroe rondzwicrven, trachtten ons zoo- *
' veel mogelijk afbreuk te doen en de gemeenschap binnen onze posten-
_ keten te verhinderen. Na op den’l(5<l€¤ Februari een artillerie­convooi­-­­
in voor Atoa en Beloel bestemd - te hebben aangevallen, versperden zij
. ’s anderen daags den weg aan een gewapend detachement, dat om zijne
l bestemming te kunnen bereiken met meer dan het dubbel aantal man-
f_,I schappen moest worden 'versterkt en maakten alle wegen hoogst on- j
veilig. ’t Scheen wel alsof de Orang­goenong ons geen rust wilden
l gunnen voor zij het hun ontnomen terrein weder herwonnen en zich `
op de brandstichters gewroken hadden. Maar voor wij hen in hunne g
J verdere bewegingen volgen, moeten wij voor een oogenblik naar de
hoofdmacht terugkeeren waar een even treurig als onverwacht tooneel
ons verbeidt. Den 22St€¤ vroegtijdig uit Pango opgebroken, namen onze
j troepen achtereenvolgens de zwak verdedigde kampongs Lamkapang, l
Poeklat (waarin de woning van T. Moeda N_ja Batah, één der twee hoof-
den van de XXVI M.) en Kaloempang benevens de door den vijand ver-
·j laten moskee van Oeleh karang in bezit. Door de eveneens ontruimde
, kampong Pinang werd voorts naar Kajoe adang opgerukt en het bi- fi
ii vak betrokken. Vandaar wilde Pel naar de kwala Gighen doordringen Q
om door het sluiten van den riviermond de communicatie met de zee
langs dien waterweg af te sluiten. al
Toen de colonne, den volgenden morgen, Langoegoep doortrek­
kende, de vijandelijke benden voor zich uitdreef en in den namid­ á
{ dag het bivak te Tongah aan de koerong Tjoet betrok, had de
generaal zich tot het regelen van verschillende dienstzaken naar Kota
Radja begeven en zich tegen den avond weder bij de zijnen gevoegd
om het bivak met hen te deelen; ’t zou de laatste rustplaats zijn in den
l laatsten nacht zijns levens. Op een stoel gezeten, zooals hij meermalen
den nacht in het veld doorbracht, gevoelde hij zich eensklaps ongesteld K
I 1 en weinige oogenblikken later was hij, tengevolge van een slagader­
breuk, bezweken.
In den vroegen morgen van E25 Februari had Nederland zoowel als
het Indische leger een groot verlies geleden; ons land verloor een
dapper soldaat, het leger een geliefd bevelhebber; zelfs in Atjih *§·
bracht zijn dood een groote opschudding teweeg. Ook dáár had
men zijne verdiensten leeren kennen; en al rust zijn gebeente in
j dien vreemden ons zoo noodlottigen bodem, zij die Pel in handel en
l wandel hebben gekend en gewaardeerd vergeten hem niet; de geest l i
die hem bezielde, de herinnering die hij achterlaat, gaan niet verloren ii .
/
l

w