HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 47

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.53 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATHH. 45
Bosman, die een paar dagen later bezweek) en 13 minderen ontkwamen,
om de droevige tijding naar Atoa over te brengen. De commandant
¥ dier sterkte zond onmiddellijk een detachement van 50 man op ver-
I kenning uit dat, door een overmachtigen vüand tegengehouden, met moeite
,_,, erin slaagde, om den stervenden luitenant Baudoin en een zwaar verminkt
soldaat mede te voeren. ’t Gelukte echter aan eene tweede patrouille
van gelijke sterkte de kampplaats te bereiken, vanwaar zij de lijken
t van den kapitein Van Swieten en 17 minderen naar Atoa overbrachten. -
j De Atjineezen hadden het verbranden der omliggende kampongs ge-
, wroken.
Nauwelijks was den generaal Pel dit noodlottig bericht geworden of
j hij zond den majoor Mekern het bevel om zijne marschroute te ver-
j laten, zich zuidwaarts te wenden, Kajoe­leh te bezetten en vandaar het
terrein tusschen Pagger­ajer Mesigit en Atoa van vüanden te zuive-
l ren. Te Kajoe-leh, niet zonder tegenstand genomen, werd een vaste
post gevestigd en aan acht teruggevonden lijken van het detachement
Van Swieten de laatste eer op het slagveld bewezen.
Middelerwül waren de operatiën op den rechter Atjih­oever vervolgd;
Meroe, Lampermej en Tjap­oetoe, eene sterke met geschut bewapende
benting, na veel inspanning genomen, waarbij ons vrij belangrijke ver-
liezen werden toegebracht, en wel verre van te verminderen, nam de
tegenstand in hevigheid toe. Thans had men werkelijk een vijand voor
zich, die overmoediger werd naarmate men zijne kampongs verbrandde,
met mannenmoed züne sterkten aan de beide tegen de HI M. ageerende
colonnes betwistte, en ’t gebied van T. Bajoet Langkapang- een onzer
vinnigste bestrijders - tot het uiterste verdedigde. Zij die gerekend
hadden op de goede gezindheid der bevolking van de XXVI M. zagen
zich bitter teleurgesteld; die goede gezindheid moge bestaan hebben,
t zoolang wij ze ongemoeid en met vrede lieten, ze verloochende zich
terstond en niet zonder reden, toen wij met de brandfakkel in de hand
hare kampongs naderden.
Onze kleine troepenmacht, die niet alleen den steun van de dekkende
colonne Mekern , maar ook tengevolge van ziekte en vermoeienis een aantal
manschappen en koelies moest missen, had hier een zwaren strijd vol
te houden, terwijl haar bevelhebber aan de mogelijkheid begon te twij-
felen om het hem opgelegde programma te volbrengen. Hij had no-
minaal nog wel vier bataillons ter zijner beschikking, maar zij waren
tot op de helft geslonken. En toen de vreersgesteldheid de operatiën
al meer en meer belemmerde, de gezondheidstoestand ongunstiger werd
en de cholera op nieuw hare offers eischte, was het ongeraden om
verder in oostelijke richting door te dringen. Pel trok dan ook op
Pango terug om door eenige versterkte punten, het verbranden van een
drietal kampongs, benevens ’t opheffen en verplaatsen van eenige onzer
aan de rivier gelegen posten, eene betere en veiliger linie tegen de sagi
der XXII M. te verkrügen.