HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 45

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 8.59 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

ll
il
DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIII.
)?
behalve genoemden officier twee dooden en 22 {waaronder 1.2 zwaar)
gekwetsten gevallen.
Niettegenstaande de vijand ook de forten Blang Tjoet en Lampriet
trachtte te bekruipen, rekende Pel die linie voldoende beveiligd en
E _ bezet, om zich zelve te beschermen en te verdedigen. Hij besloot dan
{ ook den zoo glansrijk begonnen veldtocht niet te staken, en thans de
IX M, voor de macht zijner wapenen te doen bukken. Dit landschap
§ waartoe, voor het uitbreken van den burgeroorlog onder sultan
Mohammed Sjah, ook Lamsajoen, Pager­ajer en Longbatta behoorden,
strekt zich ten zuiden tot aan de grenzen der sagi XXII M. uit.
Het meer stoutmoedig optreden van de oorlogspartij hield Pel even-
min terug als de loopende geruchten dat toeankoe Daoed te Pagger­
ajer Mesigit tot sultan uitgeroepen, maar daarentegen het bestuur
van Simpang Olim, Djolo­ketjil en Tandjong Semantoh tot onder-
werping bereid zou zijn.
Den 28St<=¤ opgerukt, drong hij het gebied der IX M. binnen en
had reeds spoedig met eenig verlies Boekit Daroe bereikt, welks
bezit ons meester maakte van den bergpas die de gemeenschap tus-
schen deze en de IV M. beheerscht, en waar een dag aan de verzor-
ging der troepen werd besteed. Ondanks vermoeiende marschen door
een veeltijds drassig terrein en den lievigen tegenstand des vijands
ë werd de tocht welgemoed voortgezet, ook al liet de voeding wel eens
te wenschen over, en op den laatsten dag der maand Lampermej ge-
ä nomen.
lf Gedurende de eerste dagen van Februari kwamen Lamkoenjit, Toeram
en Beloel, benevens meer noordwaarts Lamrong en Lamsajoen na een
j korten doch hevigen strijd in ons bezit. Met het oog op de mogelijk-
ê heid dat de bevolking zou terugkeeren, zoodra het land door onze
troepen voldoende bezet zou zijn, werd enkel de medsdjid van Oeleh­
J soesoe, waar het hevigst gestreden was, aan de vlammen prijs gegeven.
à Al wat buiten het landschap lag werd vernield, en de voogden van den
il minderjarigen kleinzoon van 'I`. Nek Poerba, die tüdens de beide expeditiën
onzüdig was gebleven, schreven een brief aan T. Lampasei, waarin zij
ä verzochten >>dat door de Hollanders niet meer gebrand mocht w0r0len".
Q Of dat verbranden van huizen en tempels de goede stemming der be-
volking bevordert, zal de tijd moeten leeren.
NVij waren nu het gebied van toekoe Baït, een der aanzienlijkste
hoofden uit sagi XXII M. genaderd, en weldra zijne grenzen over-
‘ schrijdende, viel Atoa ons in handen. Bij het innemen van dien kam-
. pong sneuvelde de imam van Lambarong, bij wien een schrijven werd
gevonden van den imam van Maloh ­- uit dezelfde sagi - waarin hij
ä verklaarde niet bij machte te zijn hem ter hulp te komen, zoo uithoofde
der onwilligheid van zijn volk als van gebrek aan munitie; ..... en
dat in de ons zóó vijandige, en, volgens sommigen, aan oorlogsmiddelen
zóó rijke XXII M.!
ä
tl

l