HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 44

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 8.59 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

Il T Tw__w_d-W e.
_ l
l l
il
T 42 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. li
li
i t zich uitstekend; en na een allermoeielijksten weg, niet het minst
voor de bergartillerie, afgelegd en den vrij hevigen tegenstand van
den goed verschansten vijand overwonnen te hebben, daalden zij tegen
den avond in de vlakte af om het bivak te betrekken.
Zoo was dan een groot deel van het hoogland Heraja Paran ­-»­
i ’t noordelijk uiteinde van het Daholi·gebergte ­- doorgetrokken, en [
T de daar beproefde verdediging scheen der bevolking dan ook voldoende,
j om het verwijt harer naburen te ontgaan, »zich zonder slag of stoot" ;
W, te hebben overgegeven. De Atjineezen laten zich nog al gemakkelijk
j vinden; jammer genoeg dat men er geen partij van weet te trekken.
{ ’ Nog vóór de nacht was ingevallen, had de moekim hare onderwerping
i_ door T. Moeda Joesoef namens de hoofden doen aanbieden, en kon
p i ’s anderen daags opgehinderd tot aan Loenga voortgerukt en aan de
i` koerong Raba positie genomen worden, nog geen twee uren gaans van
I Pakan Badak verwijderd. In tegenwoordigheid van T. Lampasei, het
j l steeds door ons erkende opperhoofd van deze moekim, werd op den
22m" hare onderwerping onder dezelfde voorwaarden als die der VI M.
aangenomen. Ook de ketjik van Beradoean kwam zich onderwerpen,
en tijdens het verblüf aan de koerong Raba werden verschillende ver» jg
kenningen naar de passen en kloven van het gebergte {uitgezonden om
l l ook in dat gedeelte van Groot­Atjih het terrein beter te leeren kennen.
I Op den 24S'¤°¤ keerde de colonne, met achterlating van een post te
Boekit Seboeng, opgewekt en in een gunstigen gezondheidstoestand
«, naar Pakan Badak terug. Zonder tegenstand te ontmoeten werd nu
T het oostelük gedeelte der IV M. doorgetrokken. De vüand was ver-
dwenen; hier en daar stond het volk gereed onze soldaten eenige ver-
frissching aan te bieden, en men zag mannen met vrouw en kinderen
naar de verlaten kampongs terug keeren. Door het verzenden over zee
j van al wat den marsch kon vertragen, was de colonne in staat een
betrekkelijk grooteren afstand dan gewoonlijk af te leggen; meermalen
toch was het den generaal‘Pel, onder minder gunstige omstandigheclen, i
niet mogelijk meer dan '/2 uur per dag vooruit te komen. Terwijl A
geslaagd was, zijne stelling westwaarts zoo ver mogelük uit te breiden , ü
¤ van koerong Raba als uiterst steunpunt meester te zijn, en alzoo zijn ii
j oogmerk gedeeltelijk bereikt te hebben, was door den vijand -­» die
thans eerst eenig blijk van meerder moedbetoon begon te geven-
eene dreigende houding tegen onze oosterlinie aangenomen.
Door de duisternis begunstigd, gelukte het eene bende Atjineezen
in den nacht van 23 op 24 Januari tusschen Lampriet en Lemboe N. 0: ‘
door de keel dezer versterking ongemerkt naar binnen te dringen. De _
luitenant Regensburg was het eerste slachtoffer; hij werd overmand en gj
’ afgemaakt voordat de toesnellende bezetting den stoutmoedigen indrin­
è ger kon verjagen, die na een hevig gevecht, man tegen_man , eindelijk E
met een verlies van 8 dooden moest wüken. Aan onze zijde waren

. ä