HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 43

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 8.62 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 41
sterkte Lamtengah met gering verlies genomen werd , waren door de
onderwerping van ’t hoofd van Lampagger gevolgd, die zich den 10<lc¤ Ja-
nuari in het hoofdkwartier aanmeldde. Terwijl ook andere ketjiks zich
beschikbaar stelden en de bevolking van dien kampong ­ waaronder een
vijftigtal vrouwen - van lieverlede terugkeerde, had die der omliggende
fl dorpen almede het verlangen te kennen gegeven zich te onderwerpen
§ en weder te keeren. Zelfs T. Nanta scheen vredelievender gezind,
hoewel zün schoonzoon zich met de zijnen bij imam Longbatta had
aangesloten. De houding van T. Tjihik Lamnga die, ofschoon een
vreemdeling in die moekim en met slechts een kleine kern gewapenden
E om zich heen, zoo hoofden als bevolking, zelfs tegen veler belang
l en neiging in, tot feitelijk verzet wist aan te sporen, is alweder een
bewijs welk een overwegenden invloed de oorlogspartij op het volk uit-
j oefent; de vraag is slechts hoelang de bevolking die pressie van en-
, kele chefs zal kunnen en willen verdragen. Voor Nederland echter
i blijft de vraag nog steeds onbeantwoord: waarom de Indische regee-
§ ring niet reeds sedert lang getracht heeft die enkele hoofden voor zich
I te winnen, en daardoor een einde te maken aan den strijd. De Fran-
= schen dachten er anders over toen Abd­el­Kader in Algerië tegen hen
¢ optrad; hoeveel geduchter zijne strijdkrachten ook wezen mochten,
· Bugaud aarzelde geen oogenblik om door onderhandelingen te berei-
ken wat door de wapenen niet werd verkregen en vele stammen .... .
werden door geld gewonnen. Geene opoffering mag te groot zijn om
l vrede te koopen.
Als voorwaarden der onderwerping, door den adsistent-resident
' Kroesen bekend gemaakt, werd vooropgesteld , om alle aanwezige ver-
sterkingen op te ruimen, de wapens uit te leveren, hulp te verleenen
bij de onzerzijds uittevoeren werken en zich solidair aansprakelijk te
stellen voor al wat in de landstreek ten onzen nadeele mocht worden
l bedreven.
Q Door tusschenkomst van T. Lampasei waren ook de hoofden der
kampongs langs het noordwesterstrand, die gedeeltelijk onder zijn
ressort behoorden, tot onderwerping aangemaand. >>Uit hun antwoord
sprak niet zoozeer eene vijandige stemming, als wel zeker gevoel van
schaamte om zich zonder slag of stoot over te geven." Een weinig
schaamte voor de lens, een weinig tegenstand voor den vorm, ....
en. .... de eer zou gered zijn.
Toen de bevelhebber over nog eenige meerdere troepen beschikken
kon, wier aantal - niet grooter dan volstrekt noodig ­­ bedachtzaam
met het gebrekkige transport-wezen in verband was gebracht, werd
tot den tocht naar de IV M. overgegaan; en na eene verkenning op
groote schaal rukte het gros der troepen, door een der onderwor-
pen ketjiks van Lamtengah vergezeld, naar de kloof van Blangkalla,
die zonder tegenstand te ontmoeten werd bezet. Den volgenden dag
was het hoogste punt van den bergpas bereikt. De troepen gedroegen