HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 4

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.42 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

r
l
l
2 ma TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH.
Trekken in de gedenkboeken van het Nederlandsche volk de eerste g
tochten naar den Oost­Indischen Archipel de aandacht reeds in hooge j
mate tot zich, zoo mogen de opkomst, de ontwikkeling, de uitbrei­
ding en de handhaving van Neerland’s gezag aldaar het glanspunt L ·
zijner geschiedenis genoemd worden. Ziet men met bewondering neer
op den ondernemingsgeest en de volharding onzer vaderen, evenals op 1
de geringe middelen, waarmede zij in den aanvang zulk een groot doel '
wisten te bereiken, latere zorgeloosheid, bekrompen monopoliegeest en
ijdel praalvertoon, door een steeds toenemend verval en treurig einde
der vroeger zoo rijke en machtige Oost-Indische Compagnie gevolgd , j
i vormen het keerpunt en de schaduwzijde van het overigens zoo schoone l
tafereel. Was Insulinde het kostbaarste gedeelte der erfenis, aan de
zorgen van het nageslacht toevertrouwd, ’t was tevens het moeielijk­
ste te aanvaarden en te behouden. De geschiedenis getuigt maar al
te zeer van de groote bezwaren voor een kleinen staat aan zulk een
erfdeel verbonden, voor de vele verplichtingen, die het bezit van zulk
een kleinood met zich brengt. Wat toch wordt al niet vereischt om
het zoo noodige overwicht te verkrijgen en te bewaren onder een meer
dan vijfmaal grooter zielental, op duizenden mijlen van het moeder-
land over den Indischen Archipel verspreid! Hoeveel moet er samen-
werken om, onder meer dan twintig millioen inlanders ­- even ver-
schillend van ras en godsdienst als van taal, zeden en gewoonten ­­­
die of rechtstreeks onderworpen of gedwongen zün Neerland’s souverei­
niteit te erkennen, een dikwerf bedreigd gezag onder alle omstandig- `
heden te handhaven! ·
Bij de vele verwikkelingen van allerlei aard, bij zooveel partijgeest
en politieke verdeeldheid - vooral op het laatst der vorige eeuw -
bij zoo menige fout op staatkundig en oeconomisch gebied begaan,
klonk de vraag dan ook niet vreemd: »hoe was het bij dat alles moge- j
lijk nog zulke uitkomsten te verkrijgen ?" en het vrij apodictische ant- W
woord: >>zonder geluk vaart niemand wel", door menigeen op die
vraag gegeven, zal hem die met de vroegere geschiedenis dezer ge- I
westen bekend is of van een onpartijdig standpunt onderzocht, wat
gedurende de laatste vijftig jaren in den Archipel voorviel, minder
vreemd zijn voorgekomen. Mocht echter dezelfde vraag worden ge-
daan niet het oog op al wat aan samenstelling, sterkte en aanvul­ T
ling van leger en vloot ontbreekt, het antwoord zou anders klinken
en zee- en landmacht geheel ten goede komen. Op dat terrein toch
werd »het geluk" ruimschoots door een krachtig werkend plichtbesef *
opgewogen, en zijn de schitterende_uitkomsten aan een nooit genoeg
te waardeeren toewijding te danken. E
Onze oorlogen of militaire expeditiën in den Oost­Indischen Archipel i
kunnen gevoegelijk in drie hoofdcathegoriën verdeeld worden, die, al
naar gelang van het te bereiken doel, een eigenaardig karakter dragen.
Tot de eerste behooren de expeditiën tegen rüken of stammen die,
l
I