HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 39

JPEG (Deze pagina), 973.78 KB

TIFF (Deze pagina), 8.46 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TNVEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH.
hare kampongs waren teruggetrokken ," en een verlies aan onze züde
van . ..... zes gewonden, kan de overmoed van den vüand niet groot
zün geweest. >>Voornamelijk" -- zoo verkondigt de Staatscourant van
r 6 Februari 1876 -­ >>had hij het gemunt op de versterkingen te Lam-
j prit, te Lemboe en te Kota Alam, die aan een hevig vuur waren bloot-
l gesteld;" ...... en wij verkregen zes gekwetsten!
I» Deze aanval had dan ook weinig meer te beduiden dan die in den
e nacht van 21 op 22 Juni te voren met evenveel succes was afgeslagen
l en waarbü wij vier gewonden bekwamen. Toen den volgenden dag
een gedeelte der linie weder aanhoudend werd bestookt, was het uit-
zenden van een paar detachemeuten - die reeds des middags terug-
keerden -· genoeg om dien overmoedigen vijand zijne stelling bij
Lemboe­O. te doen ontruimen. Den 29St¤¤ op nieuw bezet zijnde,
was het voldoende ze met geschutvuur uit de nabij gelegen posten te
verontrusten, om hem den 4d°¤ December >>voor goed zijne deerlijk ge-
havende loopgraaf te doen verlaten."
De vijand, die zich door eene patrouille laat verdrüven; het door-
breken onzer linie, waaraan hem alles gelegen moest zijn, zóó spoe-
dig opgeeft en ten gevolge van een >>passieven tegenstand" zijne loop-
graaf verlaat, had ons in zijn overmoed, gedurende de maand Novem-
ber, dan ook geen grooter verlies toegebracht dan van 19 gebles-
seerden.
In December vindt men teekenen, die eerder aan uitputting of moede- .
loosheid dan aan overmoed doen denken, daar zelfs onze agressieve
bewegingen niet in staat waren den vroeger waargenomen moed en de
volharding in het verdedigen zijner stellingen bij hem op te wekken.
i Immers wg lezen verder:
>>Middelerwül werd door den bevelhebber alles in gereedheid gebracht
. om den voorgenomen tocht tegen de VI, IV en IX moekim aan te
vangen. De daartoe benoodigde vermeerdering der bezetting was aan-
1 gevraagd, en nadat den <l0‘*‘¤ December een bataillon barissan en den
21St=¤ het 8S*C veldbataillon in Atjih waren aangekomen, werden op den
26=l°¤ de operatiën geopend. Spoedig daarop, den 8St€¤ en den 29St€¤
Januari debarkeerden achtereenvolgens nog het ’I3<l° en het ’12‘l° ba-
taillon."
Vroeg in den morgen van 26 December rukten drie colonnes van
Kota Radja uit,
De linkercolonne onder de bevelen van den majoor Vetter, ­-­ een
bataillon barissan, een compagnie mariniers, twee sectiën artillerie
en een detachement genietroepen -­ had in last naar Lamara
Oelejlo te marcheeren om van daar Mibouw te nemen. De midden-
colonne - het linkerhalf 6**8 bataillon, twee sectiën artillerie en een
detachement genietroepen onder den majoor F. J. W. Mekern - moest r
uit Mandarsa poeti zuidwaarts aanhouden, zich in compagnies colonnes '
in linie ontwikkelen en, in verband met de eerste afdeeling, het ter-