HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 36

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 8.48 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

l 34 ma 'rwtatïnm ExPEm'1'u=: 'rxzcxm ATJ1;1. ip
. l
werden toegebracht. Ook op den 14dcn had een vrij ernstig treffen i
plaats, toen men een in de nabijheid van Pinang gelegen benting
trachtte te vernielen. Bleven de geruchten aanhouden, dat de Atjinee-
zen nog steeds op een algemeenen aanval bedacht waren , zoodat dezer- `
zijds de grootste waakzaamheid werd in acht genomen, de tijding scheen
lï j zich tevens te bevestigen, dat men in de XXVI M. den oorlog moede
werd. Vele mannen zouden met vrouw en kinderen de door het gra-
naatvuur getcisterde kampongs hebben verlaten om een toevlucht te 1
j- zoeken in ’t gebergte en men verzekerde, dat de levensmiddelen tot eene Y
j ongekende hoogte waren gestegen. Hadden dagelijks nog kleine scher-
. mutselingen plaats, werd menige woning in de asch gelegd, menig
ü , soldaat buiten gevecht gesteld en ’t verlies van menig dapper officier
_ betreurd, een ernstig treffen viel niet voor en de vijand werd rustiger ,
naarmate de tijd der poeasa naderde (in *1875 van *1-30 October),
I als wanneer geen krijg mag worden gevoerd en elk volgeling van den
. , Profeet zich geheel moet wijden aan de door den koran opgelegde
godsdienstige verrichtingen.
De marine, onvermoeid in haar werkkring, bewaakte en bekruiste ,
voortdurerid zee en strand. Herhaaldelijk werden kusten en kreeken
’ door gewapende sloepen bezocht, en tot wering van den smokkelhandel Q
j des nachts op brandwacht gelegd. Prauwen en sampans, die hunne
j passen niet vertoonden, werden aangehouden of prijs gemaakt en elke j
Y riviermond zorgvuldig gade geslagen, terwijl een paar stoomschepen
voor kwala Rija of Raja en Pedro-punt gestationneerd, hun vuur richtten ,
op de wegen waar langs de hulpbenden uit de vijandelijke gewesten
Groot­Atjih trachtten te bereiken. T, Nanta werd nu en dan herinnerd,
dat onze zeemacht nog over een ruim aantal granaten kon beschikken,
I de Nederlandsche vlag hier en daar op plechtige wüze uitgereikt en
de goede tijding aangebracht, dat de radja van Rigas, Potjoet Moham­
med, geneigd was Neerland's souvereiniteit te erkennen. iq
Als men die onderwerping in verband beschouwt met de betere {
gezindheid in de sagi der XXVI M. ­- de bakermat van Rigas vorsten ­-­
i waargenomen, zou ze, boven vele anderen, eene gewichtige beteekenis I
F erlangen. Het deelnemen gedurende meer dan een jaar aan den ge- -
voerden krijg, de afgelegde eed om dien tot het einde toe voorttezetten
en zijne innige verwantschap met de meest oorlogzuchtige hoofden .
konden niet anders dan den radja van iedere toenadering terugh0u· l
den. Een zijner broeders toch is in sagi XXII M. met de dochter
van panglima Polim gehuwd, en voor den minderjarigen zoon van een
tweeden broeder - tijdens den oorlog overleden -­ bestuurt hij zelf
l de Ill M. op den rechteroever der Atjih, waar nog anderen zijner bloed-
verwanten gevestigd zijn. Mocht hij nu in weerwil van dat alles,
in spijt der wraak waarvan zoo velen de1· zijnen het offer kunnen wor- l
den, de oorlogspartij verlaten, zijn eed verbreken en tot den vijand
jl
rl