HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 3

JPEG (Deze pagina), 891.53 KB

TIFF (Deze pagina), 8.19 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

wg j , , F ,.-. . · ·Vï‘ · ï»· ·@·· - ‘= ‘‘· ·*’ vl-,
F
DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. _ . s E
EENE BIJDRAGE TOT DE INDISCHE KRIJGSGESCHIEDENIS, : Y
door 4/lw.
_ A. J. A. GERLACH,
Gepmsianeerd Kolonel der Artillerie.
VII.
DE GENERAAL PEL.
(Vervolg.]
Twee jaren zijn verloopen, sedert in ’t laatste overzicht van den
. oorlog tegen Atjih (') de hoop werd uitgedrukt, dat die hardnekkige
krijg eerlang door de zegeningen des vredes mocht worden ver-
vangen: en nog is de strüd niet volstreden of het einde met eenige
zekerheid te voorzien. Nog eischt hü voortdurend talrijke offers en
ontrooft het Indische leger züne beste krachten: nog ziet men de be-
richten uit het noorden van Sumatra met angst of zorg te gemoet,
` en velen blijven de toekomst even donker inzien.
In mijne verwachting teleurgesteld om heden althans dit opstel met
een Vervolg en slot te kunnen eindigen, vraag ik mü af: was de hoop,
om op een niet te ver verwijderd tijdstip tot eene gewenschte oplossing
van het Atjineesche vraagstuk te geraken, toen zoo geheel ongegrond?
Waren het luchtkasteelen eener ziekelijke verbeelding een zich rustig
ontwikkelend Sumatra en een bloeiend Atjih voor te stellen, of was
het een paradox te beweren, dat die oorlog, bü het einde van den
strijd, land en volk onder de leiding van een verlicht bestuur en de
hoede onzer vlag ten zegen kon worden? Noch het een noch het
ander. Die hoop was niet ongegrond en de verwachting, onze pogin-
gen weldra met een goeden uitslag bekroond te zien, niet moeilijk te
verdedigen. Maar waarop steunden dan die optimistische denkbeelden,
door even vele teleurstellingen gevolgd? Waar blijft - zoo hoor ik
· vragen - dat vooruitzicht op een gunstigen afloop, als elke dag
nieuwe teleurstelling aanbrengt, en waaraan hebben wij al dien tegen-
spoed te danken?
Ik zal trachten die vragen gaandeweg te beantwoorden, waarbij
eenige oorzaken van zoo veler teleurstelling als van zelf aan het licht
komen. Zullen die oorzaken echter, met de daaruit voortgevloeide ge-
volgen, in een juist verband gebracht en de door velen gestelde eischen
wat minder hoog worden opgevoerd, dan dient een enkel woord vooraf
te gaan, zoo wel om een beroep te doen op de geschiedenis als op het
geduld van den lezer, die mij in eenige aan de zaak nauw verwante
beschouwingen zou willen volgen,
(*) Zie De Tüdspiegel, 1875 u¤. 1, 2, 3 en 4.