HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 27

JPEG (Deze pagina), 937.93 KB

TIFF (Deze pagina), 8.44 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 25
drukwekkend woord tot de aan den voet des torens geschaarde vertegen-
woordigers van zee- en landmacht gericht was, werd onder een saluut
van 33 schoten, het spelen van ’t geliefde volkslied en de gebruikelijke
militaire eerbewijzing, Neêrland’s vlag in top geheschen. Daarna wees
j de luitenant­kolonel Stoecker, representant van den militairen en civielen
l bevelhebber, op de dubbele bestemming van dit kunstgewrocht boven
welks ingang met gulden letters te lezen staat: _
VVILLEM’S TOREN
1875.
GESTICHT IN OORLOGSTIJD
¥j DEN VREDE GEVVIJD.
li TEVENS EEN BLIJVENDE EERZUIL VOOR AL DE DAPPEREN
,1 EN BRAVEN DIE TER BEREIKING VAN DIT DOEL DES
Q vnnnrs
li` HUN BLOED EN LEVEN TEN OFFER ­
v GAVEN.
’t Was alzoo niet alleen ter beveiliging der scheepvaart in Atjih’s
wateren, maar tevens ter herinnering aan de dapperen, die bloed en
leven ten offer brachten, dat dit kustlicht verrees en heden als Wil-
lemstoren gedoopt werd. ‘
Een uit volle borst driewerf herhaald »Leve de Koning" strekte ten
bewijs hoe soldaat en matroos die herinnering en het huidige doopfeest
` op prijs stelden.
Het practische nut van den Willemstoren en züne belangrijkheid voor
het internationale verkeer tusschen Britsch-Indië en de Straits-settle-
ments zou al spoedig blijken, toen de bemanning van de lekgevvorden
Engelsche brik Albatros haar behoud aan dat kustlicht had te danken.
’tBlonk de arme schipbreukelingen, die zich in de ranke sloep reeds
i een wissen dood ten prooi waanden, als ’t oog van een reddenden engel
; tegen en ’t was hun in den donkeren nacht een trouw geleide naar het
eertüds zoo gevreesde strand, dat hun thans een veilig toevluchtsoord
was geworden. _
De marine ging steeds voort de zeepolitie met klem te handhaven.
Met uitzondering van enkele smokkelvaartuigen voldeed de handelsvloot
beter aan de eischen van de blokkadeschepen, die volgens het schrijven
van den radja van Simpang Olixn, zün rijk benevens Aroekoendoer zoo-
danig hadden afgesloten dat >>er geen muis uit noch in kon." En
toen door de bewoners van Sannalangan uit wraak over de strenge
blokkade en het oplichten van eenig visscherstuig op het voorbijvarend
stoomschip Schouwen was geschoten , werd zulks bloedig gewroken. Den
’19d@¤ Juli opende de marine het vuur uit haar voortreffelijk geschut;
weldra lag de kampong geheel in de asch en onder de puinhoopen van
een huis, dat als observatorium diende, werden niet minder dan twin-
tig, door granaatscherven deerlijk verminkte lijken gevonden. De be-