HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 23

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 8.50 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

7
DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 21
’t Is voornamelijk aan de goede zorgen en den tact van onze zee­of[icie­ _
ren te danken, dat de in menig kuststaatje bestaande bezwaren opgehe-
W ven of punten van onrust en twist vereffend werden om het uitreiken
der vlag mogelijk te maken.
Zoo kon bijv. de reeds in 1874 aangeboden onderwerping van Djolo’s
vorst niet voor ’t volgende jaar worden aangenomen, toen de geschillen
over het innen van de hassil-radja en andere rechten, tusschen hem
en de hoofden van Boeging en Djolo-ketjil, door het beleid van den
stations­commandant C. H. Bogaert waren bügelegd. Tengevolge zijner
bemiddelende tusschenkomst werd in de maand Maart ook te Edi­ket_jil
en Podawa­besar de Nederlandsche vlag geheschen, en de erkennings­
acten aan Ajer Laboe, Pasangan, Kloempang­Doea en meer andere
staatjes niet dan na eene minnelijke schikking van alle bestaande twist-
appels uitgereikt.
Veel van die geschillen en de niet altijd uit de lucht gegrepen aan-
spraken op een anders gebied waren uit willekeurige bepalingen of de
machteloosheid van Atjih’s sultans voortgesproten. Had bijv. een of
ander strijdlustig hoofd zijne hulp verleend om wederspannige onderdanen
tot hun plicht te brengen of tot het betalen van de opgelegde schatting
te dwingen, dan werd hij door den sultan tot belooning zijner diensten
als landvoogd (wakil) over verscheidene landschappen aangesteld, die
bij eene volgende gelegenheid even gemakkelijk aan een ander werden
toegewezen. De daardoor ontstane tegenstrüdige aanspraken, zelden of
nooit door de hoeloebalangs van die landschappen erkend, gaven dan
dikwerf tot bloedige botsingen aanleiding.
Bij het gemis van de noodige waarborgen voor eene goede en duur-
zame verstandhouding met reeds onderworpen, het raadselachtige en
weifelende gedrag van andere ons toegedane rijkjes, en de bezwaren
aan ’t opheffen der blokkade van belangrijke kustplaatsen verbonden, '
onthield men zich z. v. m. van elke overeenkomst, die niet onmiddellijk
tot een goed resultaat kon leiden. Dientengevolge werden reeds veel ‘
vroeger aangeknoopte onderhandelingen of aanbiedingen van onderwerping
op de lange baan geschoven of onafgedaan gelaten, waarop ik bij de
A onderwerping van Pedir en Simpang Olim nader terugkom.
Aangelegenheden van verschillenden aard, bij de erkenning van ons
. oppergezag door Atjih’s kuststaten te berde gebracht, doen een dieperen
l blik slaan in het wanbestuur van ’t sultanaat en de geschiedenis van
een volk, sedert tal van jaren gedwongen de persoonlijke- of familie-
twisten hunner oorlogzuchtige hoofden met goed en bloed te ondersteunen.
Geen volk dan ook in den Archipel door aanhoudende burgeroorlogen
en onderlinge veeten meer achteruitgegaan, verbitterd en verarmd , geen
dat meer den teugel viert aan de laagste, verachtelijkste en meest
dierlijke driften, geen dat schop en spade met meer genoegen door lans
en klewang vervangt of van eeuwen her een slechter naam had dan
dat van ’t uit verraad en moord verrezen rijk van Atjih. Reeds in de