HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 13

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 8.53 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

i . Xl
l
DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH. 11 i
Te Bondjol, waar de opstand was voorbereid, breekt de storm los;
padri en Maleier steken de vaan des oproers omhoog; onze posten worden
afgeloopen en de onderlinge gemeenschap afgesneden; onze soldaten ver-
, moord, zieken en gekwetsten afgemaakt; waarbij men echter niet ver-
geten mag, hoe het losbandig gedrag en dc euveldaden van velen onzer
troepen, dikwerf >>onder de oogen hunner ofücieren", de wraak eener
verbitterde en gekrenkte bevolking in de hoogste mate hadden opgewekt
Veel was er misdreven, maar veel werd weder goed gemaakt, want
· hadden in die gevaarvolle oogenblikken de heldenmoed en vastberadenheid
. i van ons leger der padri’s en der Maleiers afval of verraad niet met
, onverstoorbare kalmte en zelfvertrouwen tegenovergestaan, de gevolgen
waren niet te berekenen geweest.
j Aangezien te dier tijde elke jobstijding niet zoo spoedig openbaar
i gemaakt, elk schot uit de verte op een van onze posten of patrouilles
gelost, het kleinste verlies of de geringste tegenspoed niet zoo ijverig
geëxploiteerd werd, had de mare van dit en verdere onheilen het moe-
derland nauwelijks bereikt, of gunstiger berichten legden reeds een
pleister op de wonde, en men bleef voor veel >>wee en ach”, angst en
· teleurstelling bewaard.
_ Zonder ons hier met de aanleiding van dien opstand verder in te
° laten, valt het niet te ontkennen dat de verspreiding onzer troepen
i over een veel te uitgestrekt terrein, waardoor eenheid en samenhang
ontbraken, den opstandelingen bijzonder in de hand werkte en tot zulke
3 groote verliezen aanleiding gaf. Misschien had men ook met het aan-
nemen van zooveler onderwerping voorzichtiger kunnen zijn, daar ze
i onmogelijk oprecht gemeend kon wezen, en meer aan het verlangen,
i zich tijdelük van de lasten des oorlogs ontheven te zien, dan aan vriend- _
1 · schappelijke toenadering moest worden toegeschreven. Mogen die lessen
uit het verledene voor het heden niet verloren gaan!
Ofschoon het leger een meer gecdncentreerde stelling innam, was het
ontoereikend vroeger behaalde voordeelen te behouden, en ’tmocht een
uitkomst heeten, dat niet alleen het vertrek van den generaal-majoor
Riesz als gouvernements­commissaris met een versterking van ongeveer
1100 man naar Padang, maar bovendien een aanstaand bezoek van
* den gouverneur­generaal werd aangekondigd; de stand van zaken
op dat tijdstip mocht terecht >>bij een zinkend vaartuig" vergele-
, ken worden.
' Zoodra was de opperlandvoogd niet te Padang aangekomen, of hij
- gelastte aanvallend te werk te gaan en onverwijld met de krügsoperatiën
tegen Bondjol te beginnen. ’Tzü hij zelf een krachtiger optreden doel-
matig achtte om ’s vijands overmoed te beteugelen en geleden verliezen
te herstellen, ’tzij om zich van het productief vermogen meester te
maken en van Sumatra een tweede Java te vormen, of wel dat hij uit
:*) Zie; De vestiging en uitbreiding der Nederlanders ter Westkust van Sumatra, door
den generaabmajoor H. J. J. L. Ridder de Stuers, enz.