HomeDe tweede expeditie tegen Atjeh: een bijdrage tot indische krijgsgeschiedenisPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.50 MB

PDF (Volledig document), 70.92 MB

l
8 DE TWEEDE EXPEDITIE TEGEN ATJIH.
Evenals te Atjih was ook in den oorlog tegen den sultan van Pa-
lembang een eerste expeditie mislukt, een tweede noodzakelijk gewor-
den en vertoonde zich de cholera aan boord der schepen, die de troe-
pen overvoerden; doch terwijl toen het zoo gevreesde spooksel na
eenige dagen zeereis verdween, bleef thans die nimmer te verzadigen *',
l doodsengel steeds talrijker offers eischen en spreidde de vale vler­
ken ook over den vreemden bodem uit. Toen men te Palembang
bijna geen zieken telde, werd te Atjih de doodenlijst al grooter en 3
grooter. En nauwelijks waren de versperringen en batterijen te Gom-
bora en aan de Pladjoe vernield of genomen, was de sultan overwon-
nen en uit zijn kraton verjaagd, of de bevolking legde de wapenen
g neder, en de sedert lang aan de Moesi gevestigde Chineezen, die niets
` liever wenschten dan zich bij den overwinnaar aan te sluiten, boden 4
hem tegen billijken prijs alles aan wat handel en nijverheid oplever- ;
den; men kon alzoo over de meest noodige hulpmiddelen beschikken.
Toen daarentegen na de vlucht van At_jih’s sultan Kota Radja ons in
j handen viel, duurde de strijd voort; mannen, ja zelfs vrouwen en kin-
deren stonden gewapend tegen ons over, geen merkbare of invloedrüke ;
toenadering onder de bevolking, geen aanbod van nüvere Chineezen,
j geene hulpmiddelen hoegenaamd; men zag niets dan ontvolkte
kampongs, ledige voorraadschuren en een verbitterden vijand om
zich heen. '
Waar te Palembang door den breeden, voor de grootste schepen j
bevaarbaren waterweg, de gemeenschap met de vloot even gemakkelijk
was als de aanvoer van al het benoodigde, vond men te Atjih niets _ i
dan een veelal onveilige reede, een hevige branding , ondiepe rivier en j
onbegaanbare wegen; een schier ondoordringbaar terrein, een verwoeden I
tegenstand en ....... . de cholera.
De tegenstelling valt te duidelijk in het oog om er langer bü stil te i
staan. En ondanks al die gelukkige omstandigheden of wat men bij de A
Palembangsche expeditie nog in ons voordeel zou kunnen opnoemen, =·
duurde het meer dan vier jaren, eer er een einde kwam aan de kui-
perüen en de vüandelijke gezindheid der vorsten, eer ons gezag er op
hechte grondslagen rustte. Was te Palembang bijna alles vóór ons, te
Atjih was alles ons tegen, en toch werd in korten tijd aan de voor-
naamste eischen van eene aanvankelijke vestiging voldaan en de on-
neembaar gewaande kraton des sultans, weldra het hoofdkwartier van
Neerland’s bevelhebbers. Niettegenstaande een steeds aangroeiend ziekental,
den hevigsten tegenstand en de meest afmattende diensten, werden ver-
sterkingen,hospitalen, magazijnen en pakhuizen opgericht, wegen aan-
gelegd, de vrije gemeenschap van het binnenland met de zee zoo veel
mogelijk belet en vele onderhoorigheden onderworpen. Die onderwerping
moge meer in schün dan in werkelijkheid, meer uit eigenbelang dan
uit toenadering hebben plaats gehad, zij heeft echter de bewoners van