HomeOver de eerste expeditie tegen AtjehPagina 9

JPEG (Deze pagina), 749.78 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 15.46 MB

i
Z
i
1 _ 7 .... L
l
i minstens eene áqjrlelgke vestiging, en hare approviandeering met g
t_ ruime middelen, dewijl de gemeenschap met de vloot in den
` kwaden mousson niet verzekerd heette, en is van die intentie niet
gebleken uit een telegram aan den opperbevelhebber? WVanneer ik
nu zie , welke duizende werkkrachten en maanden tijds de tweede ex- j
peditie daartoe besteedde, mag ik dan, al neem ik ook een mi- t
nimum voor eene tijdelijke vestiging in aanmerking, uwe beweering
geregtvaardigd achten, dat de tijd en de middelen waarover de
ä eerste expeditie te beschikken had voldoende waren?
i In 3 weken tijds! Het heeft er werkelijk iets van dat men,
zoo als de nota JONOKBLOET het trefI'e11d uitdrukt, ,,met een coup
i de theatre dacht te triumpheren”! En in mijn ,, Gids " artikel
beweerde ik dan ook niet ten onregte, dat men meende te maken ¥
te hebben met eene hut van leem, dat men niet rekende op eene i
A ernstige verdediging. ·
li hebt die beweering niet weersproken , Generaal, maar vol-
i gens u ,,waren de Atjehneezen op tegenstand niet voorbereid " (I). .
Dat mag de Indische regeering gehoopt hebben, en of zij daartoe
nog wel het regt had toen de expeditie zou vertrekken maar nog
; in hare hand was, zal straks blijken. Maar is uwe beweering *
zonder bewijs , nog gewettigd nu de feiten gesproken hebben? Is I
jn het gebleken uit hunne houding bij onze voorloopige verkenning e
{Ei van G April, dat de Atjehers op tegenstand niet waren voorbe­‘
, reid; uit hunne verdediging van de strandversterking n°. 2 ; uit _
i de hardnekkige eerste verdediging van den mesigiet ; uit hunne A
j poging om dien tempel na zijn val weer binnen te stormen, uit pi
‘ het hevige geschut- en geweervuur waarmede zij onze bezetting
, bestookten; uit het onmiddelijk terugkeeren binnen den mesigiet, p
I toen wij hem ontruirndcn, als het ware onder onze bajonctten, ;
of uit den aanval dien zij toen waagden op ons bivak? Is het
’ (1) gen. 126.
I
j g
. l