HomeOver de eerste expeditie tegen AtjehPagina 6

JPEG (Deze pagina), 773.18 KB

TIFF (Deze pagina), 7.38 MB

PDF (Volledig document), 15.46 MB

r
‘i
è
l
... 4, ... I

Indische regeering het niet in de hand had om het vertrek van
de expeditie uit te stellen ," en meer bepaald word ik dan ver-
wezen naar blz. 69 (denkelijk moet dit zijn blz. 34) der ,, Nota i
over de betrekkingen van Nederland tot het rijk van Atsjin sinds j
1S2at” ingediend door den M. v. K. in de Kamerzitting 1872-
73. ­- Deze nota, Generaal, is mij niet ontgaan, maar indachtig
aan het ,, audite, et alteram partem,’° ben ik daarbij niet blijven
stilstaan; ik heb ook de verdere bescheiden geraadpleegd, b. v.
de nota van den heer JoNo1<BLo1rr van 10 Mei ’73 (1); ik volgde
de debatten over de Atjelrkwestie, en die welke in comité­gene­
raal gevoerd werden zijn niet zoo geheim gebleven dat de kern
daarvan geheel onbekend mag heeten. Zoo kwam ik tot de over-
tuiging waarvan ik het resultaat in mijn ,, Gids "­artikel van
Februarij nederlegde. Uit een en ander toch is het mij niet ge-
bleken, dat de Indische regeering het niet in de hand zou gehad jp
hebben om het vertrek van de expeditie uit te stellen. Indien
zij al tot eene oorlogsverklariazg moest besluiten, kon en moest l
zij, zoo als bij de debatten is aangetoond, zich in de gegeven
omstandigheden vooreerst hebben bepaald bij het uitzenden van
eene seheepsmagt om den oorlogstoestand ook feitelijk te consta-
teren, en die gevreesde inmenging van derden, waarop gij in uw
artikel doelt, zelve voor een ,, fait accompli" te plaatsen. De pla
M. v. K., zult gij mij mogelijk zeggen, heeft de verantwoording
van het gebeurde op zich genomen, en dat is zoo. Maar de regee-
ring van Indië staat te hoog en te ver om in zaken als deze ge- `
dekt te kunnen heeten tenzij ze aldus handelde op bepaalde beve­ i
len van hoogerhand. En nu blijkt het uit de oflicieele bescheiden,
waarnaar ik op mijne beurt mag verwijzen, duidelijk genoeg, dat ll
het zenden van eene ,,kraehtige zeemagt" eerder strookte met de
zienswijze en de bedoelingen van de Nederlandsche regeering, dan
---
(1) Bijlage litt. A tot het Verslag over de verhooging der begroeting van N. Indië
voor 1873.
l
l

.