HomeOver de eerste expeditie tegen AtjehPagina 21

JPEG (Deze pagina), 792.78 KB

TIFF (Deze pagina), 7.14 MB

PDF (Volledig document), 15.46 MB

i
i
i

vl
i
- 19 ~­
i
j den lang gerekt, die zijn adjudant ondervraagt tot zelfs naar de
gemoedsstemming van zijn chef bij aankomst in het hoofdkwartier
gi na het sneuvelen van generaal Könnnn (1): ter eere van dien
adjudant moet ik er bijvoegen, dat hij op dit gedeelte van de
§ vraag het antwoord schuldig bleef. Heeft een onzer volksvertegen­
woordigers te veel gezegd, toen hij die enquête met den naam van
1 inkwisitie bestempelde?
; Dit heeft mij in uwe bestrijding althans verheugd , dat gij die
‘ ongehoorde bejegening en dat jammerlijk onderzoek niet hebt
F . .. .
~ verdedigd. Dat was zeker te veel voor uw militair gevoel. Dat ge-
; voel is in opstand gekomen over de eritiek op des opperbevelheb­
bers ,,voorzigtigheid” bij de tweede expeditie, die gij vertrouwt
dat van jonge en onervaren ofiicieren is uitgegaan. Maar indien dit
zoo ware , Generaal, aan wie de schuld , waar de regeering den chef
der eerste expeditie zoo heeft bejegend, waar niet alleen luitenants
1
l maar zelfs onderofficieren en minderen , ja inlanders over de han-
delingen van de hoogste autoriteiten zijn ondervraagd? Gij zoudt
u dan ook, als legerkommandant, maar niet zoo bij een en
ander hebben neergelegd ; gij zult mij wel toegeven, dat meer
dan het lot van een ongelukkig krijgsoverste, dat het prestige
ji
·­»­’__-·:-~____
met zijn broeder, den luitenant­kolonel J. J. nu Rociimronr , adjudant van denG.-G.
Terwijl de 7 overige hoofdolticieren de vraag betrekkelijk het voorstel tot staking vande
j _ expeditie en tot terugkeer (opgemaakt in de conferentie van 17 April, waaraan deel
namen; de gouvernements-commissaris, de opperbevelliebber, de chef van de11 Staf cn
de kommandant der maritieme middelen) in beainenden zin beantwoordden, antwoordde
hij beslissend in afkeurenden zin; en op grond dat de vijand de expeditie
aan het strand verder ongemoeid liet, hield de luit.­kolonel, die niet verder kwam
dan het strand en niet in ’t vuur, dien vi`and noch voor '/0VC]'111ï1"`lLl‘>'” noch voor
J C D
_ ~ bijzonder dapper", maar voor gedemoraliseerd, zoodat slechts eene kleine inspanning
noodig zou geweest zijn om hem te overwinnen. Ik zal hierbij niet lang stilstaan, ik
1 wil er alleen op wijzen, dat ons strandbivak niet was om te trekken, en alleen in
V front te naderen door de lagune, of over eene loopbrug van 25 M. lengte; de erva-
Q ring van de tweede expeditie en de nog steeds voortdurende oorlog zullen zijne appre- ;
ciatie van den vüand overigens wel naar waarde doen schatten.
, (1) Zie Vcrhoor Vlll , 65. _