HomeOver de eerste expeditie tegen AtjehPagina 17

JPEG (Deze pagina), 753.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.19 MB

PDF (Volledig document), 15.46 MB

.. 15 _
V geen hooge strategie. Daartoe behoort echter goede krijgskundige
kennis, vooral inenschenkennis en tact, taalkennis, seherpzinnig­
heid, coup d’oeil, oefening en ervaring; dat is niet de zaak van
ieder officier. En wanneer ik hier meer bepaald wijs op de kond-
schapsdienst, dan is het omdat juist die dienst bij de eerste
expeditie veel te wenschen heeft overgelaten. Vergun mij de vraag,
l Generaal, of gij evenals ik de enquête­stukken met aandacht hebt
gelezen, met de pen in de hand grootendeels doorgewerkt? Ik
betwijfel het, en ik mag u die studie ook niet aanbevelen: uw
soldatenbloed zou gaan bruissen, uw edel gemoed in opstand
g, komen. VVanneer gij het echter gedaan hadt, zou het ook u waar-
schijnlijk zijn opgevallen hoe die zoo gewigtige kondsehapsdienst
l aan organisatie en middelen, aan eenheid, vastheid, en regelma-
tigheid van gang te wenschen heeft overgelaten, hoe daardoor
i berigten en gegevens te loor gegaan en leemten onaangevuld zijn
3 gebleven, Wanneer in deze dienst tijdig en naar eisch voorzien
I was geweest, zouden zaken, die eerst bij de enquête tot eenheid
en klaarheid zijn gekomen, denkelijk staande de expeditie uitge-
maakt zijn geworden.
Het gebrekkige van die dienst nu kan moeijelijk komen voor
rekening van de officieren die tijdelijk als stafoflicieren fungeerden,
tot ter laatster ure daartoe werden aangewezen, wier keuze niet
altijd eene gelukkige was, die met elkander en met de zaken niet vol-
E doende vertrouwd waren zoodat wrijving ook niet schijnt te hebben
ontbreken. Zoo begreep het ook de opperbevelhebber die bij de
enquête verklaarde: ,, dat het van zelf spreekt, dat men de ver-
antwoordelijkheid van den chef van den staf en zijne onderge-
schikte oflicieren niet te ver mag uitstrekken, als men overweegt,
dat er bij het Indische leger, in weerwil der voorstellen van het
Departement van Oorlog, geen eigenlijke generale staf bestaat,
zoodat zij, die bij de expeditie als stafoflicieren fungeerden , de daar-
voor noodige speciale opleiding misten, en zich bovendien van te
voren niet practisch hadden kunnen oefenen in hunne bijzondere