HomeOver de eerste expeditie tegen AtjehPagina 14

JPEG (Deze pagina), 781.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.20 MB

PDF (Volledig document), 15.46 MB

Il
l
rr
let
l
ij ­- 12 -­ .
gj Atjeh ,, zeer gering was", waardeer ik zeer, vooral tegenover het
lji enquête­rapport. Bij uwe apodictische beweering evenwel, dat het middel
van verkenning door generaal Knonsnn voorgesteld , ,,niets, volstrekt
l' niets" zou hebben kunnen bijdragen om de kennis van land en volk te
verhoogen , bij die beweering kan ik mij niet maar zoo neerleggen.
l De generaal Knonsnn stelde voor, om een door hem gedesigneerd
oflicier de reis naar Atjeh met de Z)jcwzZ2i te laten meêmaken , ten ·
einde de hoofdplaats Atjeh uit een militair oogpunt zooveel moge-
j lijk te verkennen. Dit geschiedde in 1871 , dus niet ter laatster
ure , maar wel zag men den oorlog toen reeds te gemoet. Generaal
Knonsnn, die het voorstel deed, en toch ook wel mag meêtellen,
j verwachtte natuurlijk van die zending iets meer dan ,, volstrekt
1 niets". Indien mijne inlichtingen juist zijn, dan stuitte zijn voorstel
ook af op eene ondergeschikte kwestie van gansch anderen aard,
en niet omdat het niets kon geven. In alle geval had, mijns in­
ziens, het middel niet onbeproefd mogen blijven, waar onze kennis r_
zoo ,,zeer gering was", mogelijk had het ons beter ingelicht omtrent
de ligging van den Kraton die tijdens de expeditie zoek bleef,
en die stad van j- 6000 zielen uit de oflicieele gegevens doen
verdwijnen. - Bij dit eene middel, door u gereleveerd, heb ik
mij overigens niet bepaald. Ik wees er op , dat sedert het sluiten
van het tractaat van 1857 de opvolgende regeeringen weinig ge-
j daan hebben om nader ingelicht te worden. Ik heb verder aan-
getoond, dat wij niet alleen weinig wisten, maar bovendien ver- i
keerd waren ingelicht; dat een en ander de chefs der eerste ex­ I
peditie op een dwaalspoor kan hebben gebragt, en hun een bond-
genoot heeft onthouden die aan de tweede expeditie gewigtige
diensten bewees.
Ten behoeve van die tweede expeditie zegt gij op blz. 1:20
van uw artikel: ,,de expeditionnaire magt moest alles zoeken,alles
L scheppen, alles gissen ". En te regt moet men het haar in goede
` rekening brengen, dat ook zij nog voor vele onbekende zaken I
stond. Zooveel te meer echter moet die factor ten goede komen
E