HomeDe mislukte tocht naar AtjehPagina 19

JPEG (Deze pagina), 723.30 KB

TIFF (Deze pagina), 6.21 MB

PDF (Volledig document), 17.85 MB

I
J
is
valt niet te twijfelen, maar buitengewone bekwaamheden en wilskracht
_ j welke genoegzaam bij het N. I. leger voorhanden zijn, zullen ze we-
ten te overwinnen. ,.
Bestaat er een degelijke Generale Staf, dan zal zich met ter tijd
het geval niet meer kunnen voordoen, dat men een oorlog zal moe-
ten voeren met een rijk of met eenigen staat, waarvan nagenoeg niets
bekend is dan de naam.
Niet dat dit goede gevolg oogenblikkelijk zal verkregen worden.
Jaren zullen natuurlijk daartoe noodig zijn.
Zeker is" het daarom te betreuren, dat een Generale Staf niet reeds
sinds jaren bij het N. I. leger bestaat. T
I Ware dit het geval geweest, ware zulk een korps gevormd, toen i
Q de noodzakelijkheid er van, jaren geleden, door het Militair Depar- _ N
tement met aandrang betoogd werd, zoo zon waarschijnlijk menige
r expeditie dadelijk geslaagd, menschenlevens en millioenen schats zon
den gespaard gebleven zijn.
Wat nu met gebrekkige en geheel onvoldoende middelen moet ge-
; schieden, zou dan op llinke, degelijke wijze zijn ten uitvoer gebracht.
J Indien een sinds jaren in het leven geroepen generale staf had j
bestaan, zou het rijk van Atjeh geen onbekend oord voor het militair j
j Departement gebleven zijn.
l En onbekendheid met dat land, is de voorname oorzaak van het
j niet slagen der in Maart jl. uitgezonden expeditie.
Q Aan wien de schuld van het ontbreken van een Generalen Staf,
Y waaraan het N. I. leger zoo groote behoefte heeft?
I Aan de tegenwoordige Regeering, aan den tegenwoordigen Minister?
Wij gelooven het niet. Wel mag de wenseh nogmaals uitgesproken
worden, dat de N. I. Itcgeering de noodzakelijkheid inzie om buiten-
I gewone aandacht te schenken aan de voorstellen, welke in ’t belang
. der verdediging in ’t algemeen, en in ’t belang van het leger in het
j bijzonder, door de bevoegde personen worden gedaan; wel mag, wel-
licht met eenigen grond, worden geklaagd over de soms weinige in-
j genomevheid, waarmede ook de nu aan ’t bewind zijnde Minister
j van Koloniën op voorstellen van militairen aard beschikt; maar de
j schuld op hen alleen te werpen zon, naar onze meening, geheel ver- n
‘ keerd zijn.
‘ Ontbreekt er, behalve een Generale Staf, nog zooveel dat noodig
N is aan het N. I. leger, de schuld daarvan dient veel meer op rekening