HomeDe mislukte tocht naar AtjehPagina 17

JPEG (Deze pagina), 691.53 KB

TIFF (Deze pagina), 6.23 MB

PDF (Volledig document), 17.85 MB

'
J

Q
j
13
1
verkenningstroepen opgenomen is, en de kaarten van de reeds opge-
nomen streken gedeeltelijk verouderd zijn en herziening behoeven, ook
de kaarten door de statistieke opnamen geleverd, hoe fraai en uit- è
voerig ook, zijn niet geheel voldoende voor militair gebruik; daaren­
boven ­-­- en dit is nog erger ­­~ bezit het legcrbestunr de middelen i
niet om zich bekend te maken ·­­­ en op den langen duur ook te j
houden ­­-­ met de hulpbronnen der verschillende residentiën. i
Het weet volstrekt niet of daar genoegzaam levensmiddelen zijn te
verkrijgen, in welken staat de wegen zijn, of er op die en die plaat- l
sen voor logies der troepen kan gezorgd worden, of er (en zoo
1 waar) gelegenheid bestaat tot het opslaan van depots, in één woord, l
ook dáár is men in vele opzichten in term incogzita en hangt men
" geheel af van de inlichtingen, te verstrekken door het civiel bestuur,
i dat, niet bekend niet militaire aangelegenheden en behoeften, dan nog
i dikwijls, hoewel met de beste bedoelingen bezield, verkeerde opgaven
j doet
j Nederlandschlndië verkeert in een toestand, die nog vele oorlogen
j zal noodzakelijk maken , vóór dat het gebied een behoorlijk afgerond
j geheel vormt.
è De omstandigheden zullen, hoc ongaarne men er in vele gevallen
misschien toe zal overgaan, er wel toe moeten leiden.
j Een rijk nu, dat in zulk een positie verkeert, moet steeds op den
oorlog voorbereid, moet op alle maatregelen bedacht zijn om zich de
{ noodige gegevens te verschaffen, ten einde niet plotseling te staan
I voor een krijg met een land, waarvan zoo goed als niets bekend is.
Het voorbeeld van Pruisen mag in dat opzicht worden in het oog
j ` gehouden.
" Het Pruisische legerbestuur kende Frankrijk, zijn wegen, vestingen,
` steden, dorpen, gehuchten, zijn hulpmiddelen enz.
l Het Pruisische legerbestnur kent alles wat op Nederland en zijn
verdedigingstelsel betrekking heeft.
Bekend genoeg is het dat de Pruisische otlieieren, vooral die wel- A
ke behooren tot de korpsen die het dichtst aan onze grenzen liggen,
zich in het krijgspel oefenende, de Yssellinie tot het veld van hun
operatiën kiezen.
In Oost-Pruisen kiest men tot oefening het Russisch gebied, enz.
Alles is dáár aangewezen, is dáár op eventualiteiten gereed. Wan-
neer een oorlog uitbreekt, weet men, want dit is reeds voorlang