HomeDe mislukte tocht naar AtjehPagina 12

JPEG (Deze pagina), 743.19 KB

TIFF (Deze pagina), 6.23 MB

PDF (Volledig document), 17.85 MB

`·­`___ r1>_>f_d»_~ ( `,·. »­_ _ _. 4 3* ~·_,"‘ _Yf`;_Y'ï;'i,'· , { ;"_"""IA`·T ‘_T_ jv"‘ï*’($.,r’_~;,'·’;:Jiq; grt ,«¤,_,;_r; ;i2~,·r··r;..~· ·,«­~-,7¤.-~»r·«~»v­ ~--z;«,i -~g¤~s.=
i 8
9
Wel verre van een weifelenden vüand, een, wat strüdlustigheid
betreft, ontzenuwd en ontaard volk voor zich te zien, vond men zich j
j geplaatst tegenover talrijke, voor inlandsche troepen goed aangevoerde j
j benden van duizenden en duizenden, die bewezen dat zij besloten
‘ hadden tot het uiterste voltehouden, die zelfs niet door het moord- t
dadigste snelvuur zich lieten terugdrijven, maar met de klewang in de
5 vuist door den zwaarsten kogelregen op onzen troepen insnelden met
; een doodsverachting, die zelfs menig krijgsman van ondervinding deed
.versteld staan.
En hoe was het gesteld met de bekendheid van de kust, van de /
j vermoedelijke debarkements plaats?
j, Ook omtrent dit punt waren door de Marine en den kolonel Köhler
een schat van gegevens verzameld, waartoe ook de rapporten van de
komrnandanten der weinige oorlogsehepen, welke daar nu en dan de
vlag vertoonden, het hunne hadden geleverd.
Achter dien hoek lag men, ook in den Westxnousson, veilig,
achter dat eiland was me11 in de luwte, dáár stond nooit zware
branding, ginds was een geschikte plaats waar men altijd aan wal
kon komen, elders weder kon een vloot veilig ankeren, en op de
ij reede van Atjeh kon men in elk geval, ook al stond er eens wat
ïj zee, zonder ongerustheid liggen.
Nu achteraf wijst de ondervinding uit, dat ook deze beoordeeling
.{ verkeerd is geweest.
i Niettemin schijnt, door al het hier boven gezegde, het feit ge-
konstateerd, dat van den kant der Marine en der Militaire overheid ·‘°;’
.., het mogelijke gedaan is om, met de bestaande middelen, zooveel
j gegevens omtrent Atjeh te verzamelen, als maar eenigszins doenlijk 4
· was, of binnen het bereik lag,
Që Evenzoo blijkt, dat deze pogingen het gevolg waren van den in- ·
houd van zekere stukken, die uitgingen van de Regeering, welke
laatste dus geacht kan worden den vl.ootvoogd en den legerbevelheln
W2 ber bij tüds te hebben onderricht.
A Ozweeráereicl is men dus den oorlog niet begonnen. "
Men was gereed d.i., men meende het te zijn. En die meening
Q was gegrond op de overtuiging dat, met de ten dienste staande mid­
.§ delen, alles was gedaan wat maar eenigszins het sneeès van een ex- l
peditie naar Atjeh kon bevorderen en waarborgen.
j i Genoegzaam bekend is het, dat door het hoofd van het Militair i
i §


‘ r