Homeaan het Nederlandsche volkPagina 11

JPEG (Deze pagina), 769.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 18.18 MB

M si M
r
l ten einde als het ware de see door de sc/zepeu ze/ve te
j verlichten, tot het grootelijks voorkomen van het hartroe-
j _ rende overzeilen, vergaan en stranden der schepen , en
E daartoe had ik naar eigen ondervinding eene verbeterde
j Seinlantaarn doen vervaardigen.
Zijne Excellentie wees het zeer vriendelijk van de hand.
Voor den handel kon men niets doen!
i Tot zoo ver al mijne moeiten miskend en verijdeld zijn-
ij de, en toch zoo vele misslagen bemerkende, werd volhou-
. den uit philantropie in deze mijne decisie.
In 4849 vervoeg ik mij op nieuw tot Zijne Excellentie
met de vroegere goedkeuringen en nu ook van onze Oost-
lndische en Fransche, Pruissische en Hannoversche Beeders
en met een hoogst vereerend lofschrift van de Wel Edele
Heeren Directeuren der Nederlandsche Handel-Maatschappij.
Toch is het antwoord: dat Zijne Excellentie er zich niet
i mede kan inlaten , lneschouwende het alleen als eene han-
V delszaak. -
Ik verzoek toen Zijner Excellentie’s goed- of afkeuring
van mijn plan, hetzij als Minister of als oud-Oilicier van
‘ Marine.
Daarop laekwam ik dan toeh Zijner Excellentie’s goed-
keuring, met de raadgeving, tot vereeniging met de Nacht-
seinen voor de stoomschepen bij de Engelsche en andere
_ Natiën reeds aangenomen. ‘ ,
Q Ik zond toen aan Zijne Excellentie zelve, rekest ter in-
i levering, "om de goedkeuring van onzen geëerlaiedigden
j Koning te verwerven.”
En ofschoon nu Zijne Majesteit welwillend en belang-
; stellend genoeg, hij kantschrift Hoogstdeszelfs Koninklijke
2 GOEDl§Bl11`l1]g in handen stelt van den Minister of conside-
j ratie en advies verlangt," ­- laekwam ik echter van den
Secretaris van Marine: weigering dier belangrijke goed-
keuring voor den handel, en wie toch zal het kunnen ge-
looven, dat mijn klagten deswegens aan den Minister ver-
geefs zijn geweest?
ij Zonder toen dat onbeduidende antwoord van Zijne Ex-
cellentie op mijne klagten te willen refuteeren, verzocht ik

ie