HomePractische beschouwingen over de voorgeslagene munthervorming in NederlandPagina 7

JPEG (Deze pagina), 743.47 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 8.37 MB

7
die waarborg zgn, zoodra wij onder de egide van den dubbelen
standaard ons muntwezen hebben ingericht. Zoolang men niet heeft
bewezen dat zilver >>untauglieh” is geworden als ruilmiddel, en
‘ dat het niet meer de vroegere sedert eeuwen gedane diensten als
>>circulating medium" kan verrichten, zoo zeg ik gerust op de
manier van Amin Sirrrn: >>take care to get your silver and it will
itself take care of its own right position."
LAMBERT VAN KAKERKEN.
Breda, 29 November 1873.
s
E U Aan den Heere Redacteur der N. R. C.
‘ 'lkilas in de N. R. O., sehrüvende over de inuntaangelegenheden
in België, dat bijna alle practici voor den dubbelen standaard waren.
Ik verwachte nu in uw blad uitvoerige bespiegelingen van den kant
der Hollandsche practici te vernemen over eene quaestie, die voor
de geheele natie zoo gewichtig is en waarbij de uitvoering van een
onvoorzichtig besluit van munthervorming zoo oneindig veel schade
kan te weeg brengen. Ik wil dus op praotisehen grond mijne ge-
_ dachten neerschrijven, al ware het slechts in de hoop dat daardoor
geoefender pennen zullen worden in beweging gebracht. De munt-
quaestie heeft dat voordeel voor zich, dat ze geheel buiten de partij
ligt en kalm, volgens hare eigen waarde, om its own marit, kan
worden beoordeeld. Hoewel ik in de N. 1C. C. eene neiging vind
voor de invoering van den enkelen goudstandaard, zoo vermeen ik
toch bemerkt te hebben, dat uw blad niet bepaald aan den dub-
g_ helen standaard den rug heeft gekeerd, maar eene vrije bespreking
wil begunstigen, hetgeen dan ook niets anders is als overeenkomstig
met de roeping en de positie die de N. R. C. in ons land bekleedt.
· De theoretici hebben in eene discussie dit boven ons practici voor,
dat zij hunne eigene basis kunnen kiezen, en, daarop logisch hunne
redeneeringen grondende, met gemakkelgkheid een zeer plausibel
en verstaanbaar feit kunnen trekken, terwijl wij streng aan de
natuur der dingen gebonden zijn, waarvan wij de werkingen wel
kunnen niededeelen zonder de oorzaak nauwkeurig te begrijpen, en
dus zijn onze deducties dikwerf onzeker en niet helder. \'ij hebben
dan wel niet het nadeel van de theoretiei, dat hunne schoonste en
afgerondste systemen, op den vasten grond komende. vaak alle le-
venskracht ontl_><·ren. of als zoovele »l"rankenstehie” slechts destruc-