HomeVerzoekschrift aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, betreffende den ijk van gasmetersPagina 65

JPEG (Deze pagina), 667.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.34 MB

PDF (Volledig document), 36.83 MB

z
§ GI
i Dat lid maakte daartegen bezwaar, omdat alsdan de drooge
gasmeters zouden worden bevoordeeld, en dus de wet enregt-
vaardig zoude werken ten aanzien van de natte gasmeters.
I Doch wat antwoordde Uwe Excellentie?
U ,, Het tweede punt, door den geaehten spreker aangevoerd,
,, is reeds vroeger door de Regering onderzocht. Het verschil
,, tusschen een droegen en een natten meter is ook bij art. 19
,, (art. 18 der wet) in het oog gehouden, want in alinea :5
,, worden andere gasmeters dan de zoogenaamde natte meter
,, omschreven. En nu bestaat wel degelük het voornemen om
,, het tarief voor een en ander gelijk te maken."
Hieruit valt af te leiden:
10. dat Uwe Excellentie bedoeld heeft als punt van uitgang
aan te nemen den natten meter. Nu is het uit het oeg-
punt van de hoegrootheid van het ükregt onverschillig,
of men uitga van den droegen of van den natten me-
ter, maar, heeft de Regering als punt van uitgang
gewezen op den natten meter, dan blijkt daar duidelijk
uit, dat zij geene begunstiging heeft gewild van den
droegen meter. .
t 2". dat volgens de verklaring van Uwe Excellentie, art. 18
der wet zoo moet worden verstaan, dat bij het maken
van algemeene maatregelen van inwendig bestuur, van
de beschrijving van den inhoud van gasmeters niet alleen
- mag worden afgeweken, wanneer na het ontstaan der
wet nog onbekende zamenstellingen van gasmeters wor-
den ingeveerd, 1naar ook, wanneer bij het vaststellen
der reglementen megt blijken, dat door het vasthouden
aan de bepaling der wet omtrent den inhoud, ongelijk-
heid zou ontstaan.
3°. dat het vaste voornemen bij Uwe Excellentie bestaat,
waarvan bij de behandeling der wet bij de Vertegen-