HomeVerzoekschrift aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, betreffende den ijk van gasmetersPagina 62

JPEG (Deze pagina), 696.74 KB

TIFF (Deze pagina), 6.36 MB

PDF (Volledig document), 36.83 MB

58
0. het meetvermogen van den toestel;
rl. zijn inhoud.
Het meetvermogen van een gasmeter is de in kubieke i
‘ meters uitgedrukte hoeveelheid gas , die er in een uur,
i onder eene werkelijke drukking van een zuil water, een
centimeter hoog, en bij het grootste verbruik, dat de toe- _
stel bestemd is aan te wijzen, doorgedreven wordt.
Door inhoud van een gasmeter wordt verstaan het volu-
men gas, uitgedrukt in kubieke decimeters , hetwelk ge-
durende eene volle werking van den toestel onder de
bovengemelde werkelijke drukking en bij het aanwenden
van het geheele meetvermogen door het werktuig gedreven
wordt.
De werkelijke drukking is het verschil tusschen de druk-
king van het gas dat in den gasmeter gevoerd wordt en
die der buitenlucht.
Volgens art. 18 der wet van 7 April 1869, betreffende de
maten, gewigten en weegwerktuigen, (Slaalsblacl n°. 57) wordt
de hoegrootheid van het ijkregt bepaald naar evenredigheid
van den inhoud van de gasmeters, en nu wordt in art. 5 van
het ontwerpreglement de inhoud berekend naar het volumen "
gas, hetwelk gedurende eene volle werking van den toestel
door het werktuig gedreven wordt. Indien nu het aantal totale
werkingen per uur bij drooge en bü natte meters gelijk ware,
dan ware er evenredigheid in de bepaling, dat de hoegrootheid
van het ijkloon zou afhangen van het volumen gas gedurende
eene werking van den toestel doorgedreven; nu echter de drooge
gasmeter veel meer werkingen in het uur maakt om 140
kubieke decimeters gas door te laten, zoodat bij iedere werking
van den droogen meter veel minder gas wordt doorgedreven,
ofschoon hij door zijne menigvuldige werkingen toch evenveel