HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 61

JPEG (Deze pagina), 650.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

59
bepaald, terwijl het kopergehalte door aftrekken blijkt.
, Ook nu nog wordt deze wijze van werken te Parijs gevolgd,
doch het is mij niet gebleken, wanneer en hoeveel malen,
gedurende den muntslag van brons, het scheikundig onder-
zoek wordt toegepast. In den regel evenwel wordt te Parijs
p het brons op den toets onderzocht. Men heeft drie toets-
platen die ter vergelijking dienen; hunne samenstelling is:
I II III
koper 94.0 0/U 95.0 0,/0 96.0 "/0
tin 4.8 » 4.0 >> 3.2 » ‘
zink 1.2 » 1.0 » 0.8 »
III bevat het maximum aan koper, geeft dus de meest
roode streek op den steen; I bevat een minimum aan
koper, hiermede komt overeen eene minder roode tint der
streek; II valt tusschen beide in. Die kleurverscheidenheid,
welke echter alleen door een zeer geoefend oog dadelijk
kan waargenomen worden, zou dan een middel aan de
hand geven, om het kopergehalte eener bronssoort bij be-
nadering te bepalen, terwijl men zich om de onderlinge
verhouding der witte metalen, het tin en zink, niet schijnt
te bekommeren. Zelfs de toetsplaten der Fransche Munt
zijn uit een alliage vervaardigd, waarin bij I en III
tingehalte de door de wet toegestane ruimte overschrijdt!
Met des te meer lof kan ik gewagen van Brussel als
het classieke terrein voor wetenschappelijk muntonderzoek,
dank zij den weldadigen invloed van den voormaligen
Commissaire des monnaies J. S. Sms, die eerst kort ge-
leden door den Heer SAINCTELETTE in zijn ambt vervan-
gen is.
Te Brussel is het toezicht op de samenstelling der