HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 55

JPEG (Deze pagina), 699.18 KB

TIFF (Deze pagina), 7.16 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

’ 53
1 In de vele manipulatiën, die bij de goudproef langs den
l drogen weg voorkomen, heb ik in de laboratoria der
j door ons bezochte munthuizen wel eenige verscheidenheid
aangetroffen, hetgeen natuurlijk is; want ieder knap essaieur
heeft zijn eigen wijze van werken. Van hetgeen mij onder
j die manipulatiën praktisch en navolgbaar toescheen, heb
ik zorgvuldig aanteekening gehouden; het zal ook aan
I ’s Rijks Munt toepassing kunnen vinden. In de hoofdzaak
i is echter de methode dezelfde gebleven als voorheen, en
E komt in beginsel overeen met de hier te lande gevolgde
j wijze van werken.
i In de <«Royal Mint»‘ te Londen onderwerpt men het
j metaal, dat in den vorm van baren ter vermunting wordt
1 aangeboden, van Rijkswege aan het scheikundig onderzoek;
j de zoogenaamde <<resident-assayer» is daarmede belast.
‘ In den regel bevindt deze het goudgehalte, dat uitgedrukt
wordt in duizendsten en tiende deelen daarvan, iets lager
dan op de essaibiljetten vanwege de Bank of den handel
vermeld wordt (tot op ‘;, d. aangegeven), Door de opge-
E dane ervaring is men aan de Munt te Londen tot de
overtuiging gekomen dat <<assay’s to 0.2 of a millième
may be safely relied upon.»
Voorts wordt het gehalte van elke smelt bepaald door
een onderzoek op een der tinnen uit die smelt, eene prise
d’essai die voldoende is, en veilig in de plaats kan treden
van de geschepte potproef. Ook te Brussel wordt de smelt
` op deze wijze onderzocht; de Heer Sms heeft zijne volledige
i goedkeuring aan deze methode van proefnemen gehecht.
Evenals in de Duitsche muntinrichtingen is men te
Londen zeer keurig op het "gehalte. Ofschoon volgens
<«the Coinage Act 4 April 1870>> de ruimte op het gehalte
bedraagt 2 d. zoowel boven als onder "/H = O.9l(5"",