HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 53

JPEG (Deze pagina), 724.69 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

51
van 8.2 en eene breedte van 14.5 centimeters, terwijl in
onze laboratoria de respective dimensiën zijn 10, 4.7 en 7.7
centimeters. In deze laatste kunnen slechts twee kupellen
naast elkander in rei gesteld worden, in de eerste daar-
entegen vier.
Het is mij gebleken, dat het bij het nemen van goud-
proeven raadzaam is, telkens of minstens van tijd tot tijd,
vooral indien men met zijn oven nog niet vertrouwd is,
zoogenaamde <<Controlproben>> te volbrengen, zooals men te
Berlijn zegt; d. w. z. te gelijk met het te onderzoeken
muntmetaal wordt in andere kupellen chemisch zuiver goud
met zuiver koper afgedreven in de verhouding van 0.900
goud en 0.100 koper; en geconstateerd, of de ten slotte
voortgebrachte kornetten meer of minder wegen dan de
hoeveelheid fijn goud, die oorspronkelijk ingewogen was.
In den regel nu neemt men eene <<surcharge>> waar, d. i.
uitgaande van 500 milligram fijn goud, zoo weegt de
kornet 500.2 à 500.5 milligram, waardoor eene correctie
ontstaat voor het gehalte van het muntmetaal, dat tegelijk
met de <<Controlprobe» is afgedrevcn; want zonder ge-
tuige van zuiver goud, zou het gehalte 0.4 a 1.0 duizendste
te hoog zijn uitgekomen. De hitte en de geheele inrich-
ting van den oven hebben op de mate der «surcharge>>
invloed, zoodat wel degelijk het gebruik van Gontrolproben,
tot dus verre in Nederland weinig of niet bij goudproeven
toegepast, mij voortaan noodzakelijk is voorgekomen. Ook
de opzettelijke proeven, die op mijn verzoek in de labora-
toria der Brusselsche, Londensche en Parijsche munthuizen
in mijne tegenwoordigheid met zuiver goud genomen zijn,
hebben mij in dat gevoelen versterkt. Overal is surcharge
­ bij kupellatie van scheikundig rein goud geconstateerd.
Het zal dan ook, wanneer de muntslag van gouden spe-
l