HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 48

JPEG (Deze pagina), 658.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

i
l 46
kleur. Wetenswaar·dige bijzonderheden omtrent de fabri~
oatie van brons aan de Engelsche Munt vindt men in het
ël werk van Dr. Gsonem Fmanmmok Ansutt : <<The Royal Mint»
London 1870 p. 7’1. In Parijs volgt men voor het brons é
in den regel dezelfde methode van blancheeren als voor
goud en zilver; de sterkte van het zuur regelt men naar '
j omstandigheden; soms wordt tot l0°/0 zwavelzuur in het
blancheervocht noodig geacht. De ervaring is in deze de
g beste leermeesteres; ook aan ’s Rijks Munt zal men menige
proef moeten nemen, alvorens tot eene definitieve goede
l methode van werken te kunnen geraken. De Heer Sms X
gaf in bedenking, om bij het blancheeren een zeer verdund ä
mengsel van zwavelzuur en salpeterzuur aan te wenden, .°
opdat ook het tin van het alliage aan de oppervlakte der
bronzen muntplaten worde aangetast, hetgeen door verdund
;;€ zwavelzuur alleen niet wordt aangedaan. De eigenaardige i
geel-roode kleur van het brons zou hierdoor worden ver-
T hoogd.
~ E
III. Scheikundig onderzoek van het goud en der ,
l · gouden muntstukken.
j In het Duitsche Keizerrijk en in Engeland worden de
muntinrichtingen geheel beheerd door den Staat, waarin
de Munt gevestigd is; al de kosten betaalt het Rijk. Te 5
Brussel en te Parijs heeft men een zoogenaamden «Direc­
Q «teur de la fabrication» die even als de Muntmeester in .
Nederland zich verbindt om tegen een vast muntloon, door
V het Rijk of door particulieren uittekeeren, muntstukken af l
L leveren op het door de wet voorgeschreven gehalte en ge- E
wicht.
t .
E 1
F
ll _
= 3
l