HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 37

JPEG (Deze pagina), 657.28 KB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

35
welke hun, krachtens het voorschrift der wet, op een ge-
halte van 0.900 (of 0.916°" in Engeland) toekomt.
De gele goudstukken verliezen door den omloop die gele
kleur, want de dunne laag zuiver goud, die hun genoemde
gele kleur verleent, slüt at`, en de roode kleur van het
alliage daaronder komt allengs te voorschijn. De roode
goudstukken zijn homogeen in samenstelling; aan de opper-
vlakte alliage, evenzoo in de kern; slijting roept geen
kleursverandering te voorschün.
Waar oxydatie toegelaten wordt bij de gloeiing, gevolgd
door de verwijdering van het gevormde koperoxyde door ver-
dund zwavelzuur, wordt tevens het gehalte verhoogd; want
de platen verliezen koper en behouden haar goud. Nu is
het licht mogelijk en het is zelfs meermalen voorgekomen,
dat een goudstuk, nog voorzien van zijne gele opperhuid
van zuiver goud, het wettelijk gehalte vertoont, doch van
die laag zuiver goud beroofd, de remedie voor het ge-
halte naar onder overschrijdt; zoodat de zoogenaamde gele
goudstukken, na verlies hunner gele oppervlakte door slij-
ting, uit een metaal zijn samengesteld, dat in gehalte be-
i neden het voorschrift der wet dalen kan. Niet zoo bg de
roode goudstukken, waarbij dergelijke onregelmatigheden
niet kunnen voorkomen. Zijn de nieuwe stukken van deug­
delijk gehalte, ze blijven het ook na slijting.
Het gloeien der platen in gesloten ijzeren of koperen
buizen en de vermijding van het ontstaan van merkbare
quantiteiten koperoxyde op de oppervlakte, alvorens tot de
behandeling met verdund zwavelzuur wordt overgegaan,
ziedaar de beginselen die bg de vervaardiging van roode
goudstukken op den voorgrond staan.
De muntplaten, eenmaal geblancheerd, zijn tot den munt-
l
I