HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 36

JPEG (Deze pagina), 690.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB


1
l
l

l
l 34
1
Q aan het alliage van 0.916cn, en eene oppervlakte die rein
genoeg is voor den muntslag.
, 4 Te Brussel. zooals reeds hierboven is aangemerkt, is
i men ook een voorstander van roede muntstukken; men
` ' verlangt de natuurlijke kleur van het alliage a 0.900.
l De platen worden bij partijen van 50 a 60 kilogram in
j gesloten toestellen gegloeid, waartoe de bekende ijzeren
kvvikzilver­flesschen worden ingericht. Men laat ze in die
,l ilessclien afkoelen tot 300“ à 4oo°, en verspreidt ze nu op
een ijzeren onderlaag. Er ontstaat eene zeer dunne huid
ï koperoxyde, doch het bedrag der oxydatie is zoo gering
dat, na de inwerking van het verdunde zwavelzuur, de
roode kleur toch behouden blijft.
Te Parüs eindelijk worden zoowel reepen als platen 0
onder toetreding van lucht gegloeid, en neemt het blan-
chiment in verdund zwavelzuur veel koperoxyde weg;
zoodat met veel verlies de zoogenaamde gele platen ont-
; staan, die eene vrij dikke huid hebben van zuiver goud.
Naar onze meening moet aan die wijze van werken de
’ voorkeur gegeven worden, waardoor zoo min mogelijk
il verlies van stof plaats vindt, en goudstukken geboren ‘
l worden, die de natuurlijke kleur van het alliage vertoonen,
jj dat door de wet is voorgeschreven.
lj VVij erkennen, dat de bekende gele kleur van zuiver
goud bij het publiek meer ingang vindt, dat men ook bij
gouden sieraden , die zeer sterk zijn geblancheerd, diezelfde
gele kleur terug vindt, ofschoon hun gehalte in den regel
ik lager is dan dat van gouden munt, en eindelijk dat eene
lj kleur, die naar het roode overhelt, een vermoeden van
jl valschheid of vervalscliing kan doen ontstaan. Doch dit
alles neemt niet weg, dat wij het veel rationeeler achten
om aan gouden muntstukken die kleur te laten behouden,
li .
ll .
l L