HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 33

JPEG (Deze pagina), 686.11 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

l
I
31 _
proeven toe gekomen. Gewoonlük verbruikt men te Berlijn
25 kilogram zwavelzuur uit den handel voor 200 kilogram
muntplaten. Deze worden nu met water afgespeeld en in
vochtigen staat bedeeld met een weinig wijnsteenpoeder
(een eetlepel per kooksel), in een ton rondgewenteld,
wederom gespoeld en ten slotte, onder gelijktgdig afwrijven
met grove linnen doeken, in een koperen bekken met
dubbelen wand, die door stoom verwarmd is, volledig
gedroogd. De platen hebben nu eene zuiver gele kleur,
omdat de laatste gloeiing, waaraan zij onderworpen zijn,
eene dunne laag koperoxyde heeft gevormd, welke door
het zuur is opgelost. De platen zijn overtogen met een
uiterst dun laagje zuiver goud. Het blancheerlokaal te
Berlijn is ruim, doelmatig, zelfs op weelderigen voet
ingericht.
Te Hannover worden, vóór het pletten , de gouden tinnen,
na zorvuldig verwijderen der bramen en ongelijkheden met
behulp eener grove vijl, in een moffelgegloeid en nog heet
_ in verdund zwavelzuur (20/0) geworpen, dus geblancheerd.
_ De gloeiing der platen, na het uitsnijden der reepen en
vóór het justeeren, wordt te Hannover achterwege gelaten;
ze worden eenvoudig met doeken afgewreven om het
adhaereerende vuil zooveel mogelijk te verwijderen. Doch A
aan het eigenlijke blanchirnent gaat eene gloeiing vooraf
in gegoten ijzeren buizen die, hermetisch gesloten, gedu-
rende 1/, a 3/, uur in een vlamoven worden verhit. Om
zoo veel mogelijk oxydatie te voorkomen wordt de bodem
van de ijzeren buis bedeeld met eene laag houtskoolpoeder,
daarop gelegd eene roodkoperen schijf die de gouden
platen afscheidt van de kool; op de platen wederom eene
koperen schijf en dan ten slotte eene laag poeder van
houtskool, alvorens het deksel op de buis wordt geschroefd.